Hoofdstuk 3     Welkom & Uitleg     Genealogie    Hoofdstuk 5

Bert Bolle

 

Hoofdstuk 4

Langs de Snijpunten der Bloedlijnen - De familie Krone

Een Hessische dragonderszoon ging naar Amsterdam

 

H o o f d s t u k k e n w i j z e r
___________________________________________________

 

Frans bloed

Regelmatig heeft de auteur zich afgevraagd: hebben de Drosten soms iets met Frankrijk? Er zit namelijk iets Frans in de lichaamskenmerken van een aantal afstammelingen van ons aller Gijsbert Floriszoon, al ligt het niet voor de hand dat de scheut Frans bloed toen al in de familie zat. Kijken we naar de vrouwen met wie de 17de- en 18de-eeuwse generaties Drost trouwden, dan zit daar geen enkele Franse naam bij. Kijken we naar de gestalte en het gelaat van Johannes Drost die getrouwd was met Sophia Krone, dan is daar nog steeds weinig Frans aan te ontdekken. Maar kijken we naar zijn kinderen en de generaties die daarna komen, dan zie je opeens een verandering. Dan zie je bij deze en gene die wat korte lichaamslengte, of dat donkere haar, die donkere ogen, die licht getinte huid, of die nét iets meer verfijnde gelaatstrekken. Bij andere takken aan de Drostenboom zie je die opvallende inslag echter niet. Dat zou betekenen dat het Franse bloed ergens in de 19de eeuw in de familie is gekomen, en wel in de tak die zich na Roelof Drost afsplitste, de tak van Johannes.

Daarop zijn de voorouders nagetrokken van de vrouwen waarmee Johannes en zijn zoon Johannes jr trouwden. Met name de familie Krone kreeg extra aandacht. Tijdens zijn onderzoek was de auteur een nazaat van de Krones in Zuid-Afrika op het spoor gekomen. Die nazaat vertelde dat zijn familie van oorsprong uit Frankrijk kwam. Dat verhaal was dus generatie op generatie overgeleverd en lag in lijn met eerdere vermoedens dat de Drosten een scheut Frans bloed zouden hebben meegekregen. Verder bleek Nicolaus Krone die in het begin van de 19de eeuw naar Amsterdam trok, stond ingeschreven bij de Waalse Kerk, een kerk die gericht was op de afstammelingen van onder meer Hugenotenfamilies en die diensten verzorgde in de Franse taal. Ook de latere generaties Krone bleven lidmaten van de Waalse Kerk. Alles bij elkaar voldoende redenen om de familie Krone zo goed mogelijk na te trekken.

Duitsland

De auteur kwam uiteindelijk in Duitsland terecht, in Hofgeismar-Neustadt in Hessen. Dat was een garnizoensplaats en daar bleek tegen het einde van de 18de eeuw Nicolaus Krone, korporaal in het Dragonder Regiment van Prins Frederik te zijn getrouwd met Maria Catharina Genuit. Mogelijk zat daar de sleutel en waren hun voorvaderen van oorsprong bijvoorbeeld Hugenoten geweest die Frankrijk waren ontvlucht. Dat bleef voorlopig gissen, want in de archieven van Hofgeismar en van het Kirchliches Landesarchiv in Kassel werd in eerste instantie niets spectaculairs gevonden. Wel kwam boven water om welk regiment het precies ging.

 

 

Het Dragonder Regiment van Prins Frederik


Huursoldaten uit het landgraafschap Hessen-Kassel

Landgraaf Frederik II van Hessen was een Duitse vorst die beschikte over forse legers bestaande uit huursoldaten, doorgaans dragonders die overal konden worden ingezet, tot in Amerika toe. Dragonders waren infanteristen die zich te paard verplaatsten en te voet vochten. Frederik steunde zijn zwager Koning George III van Engeland tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog door hem van dragondertroepen te voorzien.

Hessische Dragonder in de Amerikaanse Vrijheidsoorlog.

Duizenden Hessische dragonders maakten de overtocht, maar velen deserteerden. Het leven was voor de meeste huursoldaten keihard en uitzichtloos. In veel gevallen was er sprake van regelrechte soldatenhandel. De arme drommels wisten amper waar hun schip heen voer. Erg veel beter zullen de huursoldaten die in het moederland achterbleven het beslist niet gehad hebben. De levensomstandigheden waren schrijnend, maar wie kon opklimmen tot een hogere rang, was beter af.

Frederik II die in 1785 overleed had een zoon, Prins Frederik, landgraaf van Hessen-Rumpenheim (1747-1837) die het dragonderregiment van zijn vader onder zijn hoede kreeg. Het was in datzelfde regiment waar Nicolaus Krone als dragonder diende.

 

In 2006 maakte de auteur kennis met Doris Neugebauer, een ver familielid in Berlijn dat eveneens onderzoek naar de familie Bolle deed. De auteur en Doris bleken dezelfde voorouders te hebben en het kwam tot een samenwerking, waarbij ook de familie Krone ter sprake kwam. In 2007 vond de auteur Doris bereid onderzoek in het grensgebied Thüringen-Hessen te doen en aldaar in de kerkarchieven de familie Krone op te sporen, hetgeen interessante resultaten opleverde. Terug in de 18de eeuw werd naast de schrijfwijze Krone ook Cron aangetroffen. Tevens bleek dat de grootvader van Nicolaus Krone eveneens een dragonder was. De Crones waren dus een familie van huursoldaten. Die konden zich ergens vestigen, bijvoorbeeld als boer, maar reisden net zo makkelijk met de garnizoenen mee. Waren andere beroepsbeoefenaars tamelijk honkvast, een huursoldaat was dat niet. Die verhuurde zich als soldaat en trok daarheen waar hij nodig was. De vrouw bleef dan thuis achter. In ieder geval bleven de Krones tenminste drie generaties in het dorp Pferdsdorf. Van een Franse herkomst was door de verloren geraakte archieven geen spoor te bekennen, maar zoiets was heel wel mogelijk. Cron is namelijk ook een Franse naam en juist in het meest noord-oostelijk gelegen gebied, de departementen Bas-Rhin en Nord-Rhin bleken de Crons het grootst in aantal te zijn geweest. En voor een grensstreekbewoner was de stap naar het buurland meestal niet zo groot, zeker niet voor een huursoldaat.

De oudste Krone die gevonden werd was Johann Henrig Cron, van beroep dragonder. Zijn geboorte- en overlijdensdata zijn niet teruggevonden, maar hij moet in het begin van de 18de eeuw zijn geboren. Zijn eerste kind, dochter Margareth Elisabeth, werd geboren op 13 augustus 1727 en de dag erna gedoopt. In het kerkboek van Pferdsdorf is die doop vastgelegd waarbij de vader voluit werd vermeld met zijn beroep.

“1727 August: Margreth Elisab. Vatter: Johann Henrig Cron, Dragooner gebohren: d. 13ten getauft: d. 14ten Gevatter: Margreth Hobertin”. Doopvermelding uit 1727 van Margareth Elisabeth Cron in het kerkboek van Pferdsdorf.

Bron: Kirchenarchiv Eisenach, Film-Sign. K2/8-2, Aufnahme Film 0407 / Einheit 0037. Kirchenbucheintrag Pferdsdorf, Taufen 1727

Het kerkje van Pferdsdorf, van oorsprong mogelijk 16de- of vroeg 17de-eeuws. Hier kerkten de Krones in de 18de eeuw.

Potloodtekening uit 1842, afkomstig uit een van de kerkboeken van Pferdsdorf.

Er zijn drie kinderen van hem bekend die geboren werden tussen 1727 en 1733. Een ervan was Johannes Cron die in 1732 of 1733 het levenslicht zag. Alle drie de kinderen van Johann Henrig kwamen ter wereld en werden geboren in Pferdsdorf in het district Vacha.

Het stadswapen van Vacha

Pferdsdorf was en is nog steeds een klein dorp. De grens tussen het voormalige Oost- en West-Duitsland liep er pal langs. Er woonden in de 18de eeuw vrijwel alleen boeren. Johannes trouwde in Pferdsdorf omstreeks 1755 met Eliesabetha waarvan de achternaam onbekend bleef.

Het echtpaar kreeg vier kinderen, waaronder Nicolaus, maar het geboortejaar was in eerste instantie onzeker omdat de archiefgegevens ontbraken. In 1757 trok een Frans leger door het district Vacha en nam voor enkele maanden bezit van de omgeving. De Franse soldaten maakten ook kwartier in Pferdsdorf en tijdens het onderzoek kwam even de gedachte op dat dáár de Franse inslag wel eens kon liggen. Het gebeurde wel vaker dat een soldaat zich aan een boerin vergreep en net zo goed was ook niet iedere boerin, gehuwd of ongehuwd, even kuis. Later kwam echter aan het licht dat Nicolaus in 1760 of 1761 moet zijn geboren.

‘Landkarte vom Fürstenthum Hirschfelt’. Kaart uit 1710. Vacha en Pferdsdorf zijn in rood aangegeven.
Topografische informatie: Vacha en Pferdsdorf liggen ongeveer 80 km zuid-zuidoostelijk van de stad Kassel.

Herdruk. Bron: Hessisches Landesvermessungsamt Wiesbaden.

Zicht op de stad Vacha. Kopergravure van Merian uit 1646.

Bron: Chronik der Stadt Vacha, door P. Grau, Vacha an der Werra (1922).

Nicolaus Cron, ook wel geschreven als Nicolas Cron of Krone deed belijdenis in Pferdsdorf in 1775 en dat gebeurde onder de naam Nicolas Cron. Bleef het raadsel van het ontbreken van de doopinschrijving, maar al spoedig kwam aan het licht dat het overgrote deel van de bevolking van Pferdsdorf in 1757 was weggevlucht voor de Franse soldaten en pas jaren later weer terugkeerde. Nicolas werd dus kennelijk elders gedoopt, vandaar dat uitgerekend van hem geen doopinschrijving in het kerkboek van Pferdsdorf werd teruggevonden. We mogen nog van geluk spreken dat er her en der nog kerkboeken zijn overgebleven zoals in Pferdsdorf, want in menig dorp in de omgeving was alles in puin geschoten of in vlammen opgegaan. Trouwens, veel gebieden in Duitsland hadden keer op keer flink te lijden onder het oorlogsgeweld en zo ging heel wat kostbaar archiefmateriaal letterlijk in rook op.

Het uitblijven van aanwijzingen over de link tussen de Krones en Frankrijk was voor de auteur geen reden om het onderzoek naar de Krones te stoppen. In 2009 verzocht hij zijn Berlijnse correspondente om de Krones verder uit te diepen en niets aan het toeval over te laten. Ditmaal richtte Doris zich op Marburg, Kassel en Hofgeismar voor hernieuwd archiefonderzoek. Daarnaast werden bibliotheken afgelopen voor aanvullende informatie. Uiteindelijk kwam het leven der Krones beter in beeld en kwam er meer klaarheid over de Franse afkomst, maar dan via een aangetrouwde familie.

Terug naar de Krones. In de Maß- und Rangierbücher in het Hessisches Staatsarchiv in Marburg kwam naar voren dat Nicolaus Krone in 1778 voor het eerst was ingevoerd en wel als ‘gewone dragonder'. Hij was 17 jaar oud, aangemonsterd maar meteen weer met verlof. Dat was vanwege zijn opleiding. Later in 1778 werd hij opnieuw ingeschreven, ditmaal ‘woonachtig in Pferdsdorf, onvermogend’. Dat Nicolaus een handwerksvak zal hebben geleerd is niet waarschijnlijk. Hij kwam uit een familie van beroepsmilitairen en zal als loonwerker op het land hebben gewerkt totdat hij de leeftijd had bereikt dat hij onder de wapenen kon.

‘No. 24. Dragoner Nicolaus Gron. 3.2. (moet gelezen worden als 5 voet, 3 duim, 2 lijnen, ofwel circa 165 cm), 17 (een oude voetmaat), Pferdsdorf, nichts (geen vermogen)’. Latere inschrijvingen geven soms een langere lichaamslengte.

Maß- und Rangierbuch LVIII 1778. Bron: Hessisches Staatsarchiv Marburg.

In 1780 stond hij vermeld als ‘gewone dragonder, tweede gelid’, twee jaar later als ‘gewone dragonder, eerste gelid’. In 1787 wordt Nicolaus bevorderd tot onderofficier met als rang korporaal. In de kronieken kwam hij niet voor. Vermelding daarin was slechts voorbehouden aan de hogere officieren.

 

 

Klompschoenen en vrouwenkapsels


Hoe de dragonders van Prins Frederik II eruit zagen

De dragonders onder Prins Frederik II hadden hun eigen uniformen, kappen, schouderstukken en standaards en deze werden in onderstaande afbeelding voor het nageslacht vastgelegd.

Het dragonder-regiment van Prins Frederik II van Hessen-Rumpenheim in de uniformen die gebruikt werden tot 1788.

Bron: Das Militär der Landgrafschaft Hessen-Kassel zwischen 1783 und 1789 door G. Ortenburg (Potsdam 1999).

Niet lang na het overlijden van Frederik II kwam zijn zoon Prins Frederik aan de macht en werden nieuwe uniformen ontworpen. Deze kwamen in de jaren 1788 en 1789 in gebruik.

Het dragonder-regiment van Prins Frederik van Hessen-Rumpenheim in de uniformen die gebruikt werden vanaf 1789.

Bron: Das Militär der Landgrafschaft Hessen-Kassel zwischen 1783 und 1789 door G. Ortenburg (Potsdam 1999).

De dragonders in die tijd waren naar hedendaagse begrippen wonderlijk uitgedost. Maatschoenen waren een onbekend begrip en de standaardisatie van het soldatenschoeisel was tamelijk bizar. De dragonders droegen een soort klompschoenen die in een hoekige vorm over de leest waren geslagen en waarbij er geen verschil was tussen links en rechts. Zo moesten die arme soldaten half Europa door marcheren. In plaats van een helm werd een vilten hoed gedragen met brede randen die omhoog werden geslagen omdat het geweer anders niet goed kon worden gehanteerd. Tijdens gevechtshandelingen droeg de dragonder geen helm maar een metalen beugel onder zijn hoed om onverhoopte sabelhouwen te kunnen opvangen. Er werd kennelijk heel wat afgemodderd in die tijd. Verder droeg een dragonder geen ondergoed. Het uniform werd rechtstreeks op het naakte lichaam gedragen, iets wat gebruikelijk was in die jaren. Waar de dragonders moeite mee hadden was het dwingend voorgeschreven kapsel. Volgens de herenmode van toen droegen de dragonders hun haar in een vlecht, maar daar bleef het niet bij. Het haar mocht niet gewassen worden maar diende te worden behandeld met poeder, meel en talk en verstevigd met haarspelden... Aan de zijkanten van het hoofd en bij de slapen werd het haar gedraaid tot krullen. Met name deze haardracht werd door veel soldaten vervloekt als zijnde onhandig en verwijfd. Wie de koppen van de dragonders uit die tijd bekijkt, kan zich daar wel iets bij voorstellen.

  

Details van de afbeelding van de dragonders en hun uniformen van na 1789.

De fanatieke zucht van de hogere officieren naar uniformiteit en discipline ging zelfs zover dat de dragonders die geen haar meer hadden, verplicht waren een pruik te dragen! Overigens stonden de Hessische dragondertroepen van Prins Frederik in krijgskundig opzicht als matig presterend bekend, dit niet het minst door de incompetentie van een aantal hoge officieren die weliswaar steevast tot de adel of het patriciaat behoorden en alles van drillen en uniformen afwisten, maar die het ware veldheerschap niet in zich hadden. Grote heldendaden en overwinningen werden er dan ook maar zelden geboekstaafd.

Overigens werd de krijgskunde en wat daarbij kwam kijken uitermate serieus genomen. Alles werd nauwgezet gedocumenteerd en er zijn prachtige, zeer gedetailleerde kaarten uit die tijd bewaard gebleven.

Kampement bij Wilhelmsthal in de omgeving van Hofgeismar, 1789

Bron: Hessisches Staatsarchiv Marburg/Digitales Archiv. Inv. HStAM Karten WHK 40/48.

Manoeuvres bij Wilhemsthal in 1789. Aan dergelijke militaire oefeningen nam Nicolaus Krone deel.


Bron: Hessisches Staatsarchiv Marburg/Digitales Archiv. Inv. HStAM Karten WHK 40/47.

Opvallend is het grote aantal manschappen die op de tekeningen staan afgebeeld tegenover de betrekkelijk kleine aantallen namen die we vonden in de Maß- und Rangierbücher. Dat komt doordat de legerleiding gebruik maakte van reservisten. Dat waren meestal boeren en handwerkslieden die een karige boterham konden bijverdienen als er manoeuvres of oorlogen waren. Nicolaus Krone was echter permanent in dienst bij zijn regiment en zou dat tot zijn dood toe blijven.

 

 

Pferdsdorf bracht onze Nicolaus uiteindelijk niet het geluk wat hij zal hebben gezocht. Hij trouwde met iemand die jong overleed en Nicolaus kinderloos achterliet. Waar hij trouwde, met wie en wanneer weten we niet. In ieder geval niet in Pferdsdorf, want in de kerkboeken komt zijn huwelijk niet voor en zoveel huwelijken waren er in die jaren niet. Wel werd het huwelijk van Nicolaus’ jongere zuster Anna Cron gevonden. Verder had Nicolaus een jongere broer die kleermaker werd en die we in 1800 zien opduiken als peetvader.

Vermelding van bruid Anna Cron als dochter van wijlen Johannes Cron. ‘Copulirte 1786. Julius. 18. Johannes Steibe, Maurer, des G. Georg Steibe, Kirchen Senioris alhier jüngster ehel. Sohn mit Anna Margaretha, weiland Johannes Crons alhier hinterlaßene ehel. älteste Tochter. No 11’.

Bron: Kirchenarchiv Eisenach, Film-Sign. K2/8-3, Aufnahme Film 0528 / Einheit 0035. Kirchenbucheintrag Pferdsdorf, Trauungen 1786.

Wanneer Nicolaus Krone Pferdsdorf heeft verlaten is evenmin bekend, maar dat zal omstreeks 1785 zijn geweest. In die jaren was zijn regiment doorgaans gelegerd op de vaste standplaats bij Schmalkalden, ten zuiden van Eisenach en het is heel wel mogelijk dat hij in Schmalkalden trouwde en ook daar weer weduwnaar werd. Nicolaus en zijn dragonders trokken in de herfst van 1787 naar Wabern ten zuidwesten van Kassel en betrokken in de lente van 1788 hun kwartieren in Hofgeismar en Grebenstein.

Het stadswapen Hofgeismar. 

Badhuizen bij de geneeskrachtige bronnen met slot Schönburg nabij Hofgeismar, 1772.

Kopergravures van W.C. Mayr, naar een tekening van H. Tischbein. Bron: Landesgeschichtliches Informationssystem Hessen.

Nu was Hofgeismar weliswaar geen klein stadje, maar het was niet in staat om grote aantallen soldaten een garnizoensplaats te bieden. Die weken dan uit naar de omliggende dorpen. Mede door het nijpende ruimtegebrek kwam het regelmatig voor dat een soldaat met een van de vrouwen uit Hofgeismar of omgeving trouwde. Dat bespaarde de soldaat de huur die hij anders aan de kazerne kwijt was en zijn vrouw was meteen goed verzorgd. We mogen hierbij niet vergeten dat huwelijken in die tijd - en lange tijd daarna - over het algemeen eerder uit de gegeven omstandigheden voortkwamen dan uit liefde. Zo is het niet ondenkbaar dat Nicolaus Krone in huis is gekomen bij de linnenweversfamilie Genuit. Hij moet in 1788 of in het daaropvolgende jaar de dochter des huizes Maria hebben leren kennen en had haar ten huwelijk gevraagd.

 

 

De Franse inslag


De linnenweversfamilie Genuit kwam uit Frankrijk

De achternaam Genuit is van Franse oorsprong, maar er was bij eerder onderzoek komen vast te staan dat de Genuits niet bij de grote stroom Hugenoten behoorden die in 1685 uit Frankrijk naar veiliger oorden vluchtten en zich in 1686 en daarna in steden als Hofgeismar vestigden. De naam Genuit ging in Hofgeismar namelijk verder terug in de tijd. Nader onderzoek leerde dat de Genuits in de tweede helft van de 16de eeuw ingezetenen werden van Hofgeismar en in de daarop volgende eeuwen aanzien verwierven als linnenwevers.

Hugenoten op zoek naar werk en onderdak bij een smidse in Duitsland.

Bron: Internet.

In het katholieke Frankrijk kwamen de protestanten meer dan eens in de verdrukking. Deze zogeheten Hugenoten waren aanhangers van Calvijn en kregen kort na 1560 te maken met bloedige godsdiensttwisten. Zo werden er tijdens de Bartholomeüsnacht in 1572 veel Hugenoten vermoord. Kort daarna kwam er een heilige oorlog tegen de Hugenoten en pas in 1598 toen Hendrik IV het Edict van Nantes uitvaardigde waarbij aan de Hugenoten het recht op vrije godsdienstoefening werd verleend, kwam er een periode van tijdelijke rust voor de Franse protestanten die inmiddels fors in aantal waren teruggelopen. Het is zo goed als zeker dat de familie Genuit in de roerige decennia in de tweede helft van de 16de eeuw uit Frankrijk zijn weggevlucht. Met hen deden vele anderen hetzelfde. Frankrijk raakte toen een zeer grote groep uitstekende handwerkslieden kwijt en steden als Amsterdam haalden deze mensen als welkome immigranten binnen hun muren.

De stad Hofgeismar, getekend in 1605, was reeds toen een tamelijk grote plaats.

Wilhelm Dillich, Hessische Chronica, facsimile, Kassel 1961. Bron: Landesgeschichtliches Informationssystem Hessen.

De Franse godsdienstvluchtelingen zochten niet alleen in de Nederlanden hun heil, maar ook in andere naburige landen zoals Duitsland. Zo kreeg een stad als Hofgeismar zijn Franse handwerkslieden die zich, zoals in andere Europese steden, snel aanpasten en hun positieve bijdrage leverden aan de economie van de stad die hen gastvrijheid had geboden.

 

Nicolaus trouwde in Hofgeismar op 17 januari 1790 met zijn Maria waardoor de Hofgeismarse linnenweversfamilie Genuit een bloedlijn kreeg met de Krones. Later zou hun zoon Johann Franz in Amsterdam lidmaat worden van de Waalse Kerk. In Hofgeismar was een kerk van de Franse Gemeente. Kennelijk was de Franstalige kerkelijke traditie via de Genuits aan de Krones doorgegeven, maar het kan ook zijn dat niet alleen de Genuits maar ook de Krones van oorsprong uit Frankrijk kwamen en dan zaten die Franstalige kerktradities er bij beide families in.

Huwelijk tussen Nicolaus Krone en Maria Catharina Genuit in Hofgeismar. ‘Nicolaus Cron, Corporal beim hlöbl Printz Friedrichs Dragoner Regim., bürtig von Pferdsdorff im Amt Vacha, Witwer Jfr. Maria Catharina, des Josias Genuits Bürger u. Leinewebermeisters ehel. Tochter’.

Bron: Kerkboek Hofgeismar-Neustadt 1774-1732. Landeskirchliches Archiv, Kassel.

Nicolaus en Maria kregen in september 1790 een zoon Johann Franz. Johann Franz Albricht, burger en leidekker in Hofgeismar, was getuige en peter. Johann Franz groeide op in Hofgeismar en zou voor bakker in de leer gaan.

Doopinschrijving van Johann Franz Krone in Hofgeismar. ‘Getauften im Jahr 1790. Septbr 26. Johann Franz, Nicolaus Kronen, Corporal im hochlöbl. Dragoner Regiment Prinz Friedrich et ux: Maria Catharina gebe. Geniut Sohn nat: den 18ten d. M. Nachmittags 3 Uhr. Gefatter, Johann Franz Albrecht, Bürg und Dachdecker alhier’.


Bron: Kerkboek Hofgeismar-Neustadt 1774-1732. Landeskirchliches Archiv, Kassel.

Gaat de diapresentatie u te langzaam of te snel? Bekijk hem dan als statische pagina en klik hier.

Nicolaus Krone vocht in de Eerste Coalitieoorlog

Gaat de diapresentatie u te langzaam of te snel? Bekijk hem dan als statische pagina en klik hier.

Klik hier voor de bronvermeldingen van de hierboven getoonde afbeeldingen.


Bron militaire kaarten: Hessisches Staatsarchiv Marburg/Digitales Archiv voor de volgende vijf kaarten:
Schlachtordnung der Truppen unter Befehl des Herzogs von York, 15. August 1793. Inv. HStAM Karten WHK 32/6e.
Operationskarte der englisch-holländischen und der französischen Nordarmee für den Feldzug von 1794. Inv. HStAM Karten WHK 32/19a.
Plan der Stellungen des hessischen Korps an der Maas, 17. September bis 6. Oktober 1794. Inv.: HStAM Karten WHK 32/18a.
Plan der Stellungen eines Teils des hessischen Korps unter Generalmajor von Hanstein auf dem Bommeler Waard, 22. September bis 30. Oktober 1794. Inv. HStAM Karten WHK 32/22a.
Plan der Stellungen an Maas und Waal, des Übergangs der französischen Armee und der Gefechte bei Tuil und Buren während des Winterfeldzugs in
Holland 1794 und 1795. Inv. HStAM Karten WHK 32/22c.

Bron portret Pichegru: Wikimedia Commons.

Bron tekening Overtocht Franse troepen over de Waal: Atlas van Stolk.

Nadat de Eerste Coalitieoorlog in 1795 was beëindigd, kon Nicolaus Krone na jarenlange afwezigheid weer terugkeren naar zijn gezin en in de zomer van 1797 kreeg de bijna zevenjarige Johann Franz er een zusje bij: Eliesabeth. Drie jaar later kwam er in het gezin Krone een zoon bij: Johann Conrad. Vader Nicolaus bleek goede contacten te onderhouden met zijn geboortestreek, want zijn jongere broer Johann Conrad uit het dorpje Mühlwärts nabij Vacha trad bij de doop op als peter.

De leefomstandigheden van soldaten lieten in die jaren zeer te wensen over en vooral besmettelijke ziekten als TBC maakten veel slachtoffers. Zo kwam Nicolaus Krone ziek te liggen en kreeg verlof om te worden verpleegd in Hofgeismar, maar alle zorg ten spijt overleed Nicolaus ‘an der Auszehrung’ op 4 juni 1803 in Hofgeismar, des namiddags om 3 uur, oud 45 jaar.

Kerkboekvermelding van overlijden van Nicolaus Krone in 1803 in Hofgeismar. ’Juni 8. Nicolaus Krone, Corporal im Dragoner Rgte Prinz Friedrich, 4. d. 6. d. M. (4. 6. des Monats) Nachmittags 3 Uhr alt 45 Jahr’.

Bron: Kerkboek Hofgeismar-Neustadt 1774-1732. Landeskirchliches Archiv, Kassel.

Vermelding in de militaire registers van overlijden van Nicolaus Krone in 1803 in Hofgeismar. ’Abgangen - Gestorben. LeibEscadron: Corporal Nocolaus Crohn 8. Zoll groß, 41 Jahr alt, bürtig aus Pferdsdorf amts Vacha, am 5ten diesen Monaths, an der Auszehrung auf Urlaub zu Hofgeismar’. Let op de schrijfwijze van de achternaam die geheel anders is dan die in het Kerkboek. Verder blijkt dat er niet op een dag werd gekeken, evenmin op de leeftijd.

Maß- und Rangierbuch LVIII 1803. Bron: Hessisches Staatsarchiv Marburg.

Johann Franz was bijna 13 toen zijn vader stierf. Hij ging in de leer voor broodbakker en het ligt in de lijn der logica dat dat de zaak was van meester-broodbakker Johann Conrad Runge. Er lag een verre familierelatie tussen de families Genuit en Runge en het is vrijwel zeker dat de Runges die generaties lang bakker waren geweest in Hofgeismar, het commiesbrood mochten bakken. Dat hield in dat de bakkerij van Johann Conrad Runge het voorrecht had de garnizoenen van brood te voorzien en het is dan ook goed mogelijk dat korporaal Nicolaus Krone en vader en zoon Runge elkaar niet alleen vanuit familieverband maar ook beroepshalve kenden.

Ongeveer in dezelfde tijd dat Nicolaus Krone stierf en zijn zoon Johan Franz bakkersleerling werd, vertrok Johann Runge, de zoon van meester-bakker Johann Conrad naar Amsterdam om daar als bakker en gistkoper een nieuw leven te beginnen.

In Hofgeismar braken spoedig minder gunstige tijden aan. Toen in 1806 Frans II als laatste keizer van het Heilige Roomse Rijk aftrad, werd er in Parijs een verdrag gesloten door gevolmachtigden van de Franse keizer Napoléon Bonaparte en gevolmachtigden van 16 Duitse vorsten. Door de aldus tot stand gekomen Rijnbondakte maakten de vorstendommen zich los van het Heilige Roomse Rijk en traden als soevereine staten toe tot de Rijnbond. Tijdens die onderhandelingen kwam landgraaf Wilhelm IX van Hessen, sinds 1803 keurvorst, als verliezer tevoorschijn. Hij zocht zijn toevlucht in het neutrale Hessen, maar had buiten de kracht van Napoleon gerekend. Die viel reeds in 1806 Hessen binnen en zo werd Hofgeismar overlopen door een menigte soldaten in een omvang zoals nog niet eerder was voorgekomen. De stad kreeg te lijden onder enorme huisvestingsproblemen en voedseltekorten. Intussen had de keurvorst de benen genomen en verbleef in ballingschap in Praag. Het Franse spook waarde in Hessen rond tot 1813, waarna de keurvorst weer naar Kassel terugkeerde. In die tijd van overlast, armoede en gebrek trok de jonge Johann Franz Krone als broodbakkersknecht naar Amsterdam, waarschijnlijk in 1807 of 1808. Hoe het zijn moeder, broer en zuster verging, is niet bekend. Ze kwamen in ieder geval niet mee naar Amsterdam.

Hier eindigt het Duitse gedeelte van het verhaal over de Krones. We zullen nu de familie in Nederland gaan volgen.

Nederland

Zoals wel vaker gebeurde, zal ook Johann Franz een of meerdere connecties hebben gehad in Amsterdam, mensen die Hofgeismar al eerder hadden verlaten en contact bleven onderhouden met hun achtergebleven familie. Zo kende hij Johann Runge de bakkerszoon die zelf ook bakker was geweest in Hofgeismar. Deze Johann Runge verhuisde in het begin van de 19de eeuw naar Amsterdam, trouwde daar en werd poorter in 1804 en het is niet denkbeeldig dat hij degene is geweest die de nog jonge Johann Franz vertrouwd hielp maken met een grote stad als Amsterdam. Toen Johann Franz in september 1812 in het huwelijk trad met Jansje Schipper, was Johann Runge die inmiddels Jan Ronge was gaan heten, een van de getuigen. Omstreeks 1860 zou een kleinzoon van Jan Ronge een bedrijf stichten dat later firma Ronge en Drost zou gaan heten. Daarover meer in hoofdstuk 6.

Johann Franz begon in Amsterdam als bakkersknecht en woonde voor zijn huwelijk op de hoek van de ‘Spiegelstraat en Princegraft binnen deese Stad’. Zijn aanstaande bruid Jansje woonde ‘op de Princengragt ten huize van van Buren en Teltsel’. Ze kwam eveneens uit Duitsland en kon net als Johann geen geboorte- of doopbewijs overleggen. Om aan de wettelijke eisen te voldoen om te mogen trouwen, moesten beide geliefden een ‘akte van notoriteit’ ter vaststelling van hun identiteit laten opstellen en bij de Amsterdamse rechtbank een verzoek tot homologatie van die akte indienen. Johann had in zijn verklaring aangevoerd dat hij herhaalde malen vergeefse pogingen had gedaan om een extract uit het kerkboek van Hofgeismar te verkrijgen, iets wat achteraf een leugentje om bestwil bleek te zijn.

Opvallend is de manier waarop Johann Franz zich liet noemen, zowel in de akte van notoriteit als in de huwelijksakte en deze laatste ook als zodanig tekende: Frans Kroon. Een duidelijke poging om te vernederlandsen en in lijn met een ondernemende handwerksman die de armoede en oorlog in zijn vaderland had ingeruild voor een nieuw leven in een vreemd land met een vreemde taal. Maar in die tijd van sappelen en keihard werken zonder ook maar enig behoorlijk sociaal vangnet hoefde niemand een nieuwkomer te stimuleren om in te burgeren. Overigens zien we in latere officiële stukken de originele Duitse schrijfwijze Johann Franz Krone weer terugkomen. Immers, de regels van de Burgerlijke Stand lieten niet toe dat iemand zo maar zijn naam veranderde in officiële stukken. De Burgerlijke Stand was in 1812 echter nog in de aanloopperiode en veel mensen hadden nog niet eens een achternaam. In 1810 was het Koninkrijk Holland opgegaan in het keizerrijk Frankrijk en werden de Franse wetten ook hier te lande van kracht. Een keizerlijk decreet van 18 augustus 1811 bepaalde dat alle ingezetenen binnen één jaar over een vaste voor- en familienaam moesten beschikken, maar die termijn werd verlengd tot 1 januari 1814 en zo stond het onze Frans Kroon vrij om zijn vernederlandste naam op te geven. De Burgerlijke Stand stond blijkbaar nog in de kinderschoenen, want de hele akte was met de hand geschreven.

De huwelijksakte van Johann Franz Krone en Jansje Schipper uit 1812, ondertekend door de bruidegom met Frans Kroon. Jan Ronge is een der getuigen.

Bron: BS Amsterdam, deel 2; fo 176 verso.

Johann Franz woonde tijdens zijn huwelijk op de hoek van de Palmstraat en de Goudsbloemdwarsstraat, althans deze straataanduiding komen we tegen in de officiële stukken die over hem gaan. Geografisch gezien loopt deze straatvermelding overigens mank. De Palmstraat kruist namelijk alléén de Palmdwarsstraat, maar deze ligt op korte afstand en in het verlengde van Tweede Goudsbloemdwarsstraat en zo zal de vergissing zijn ontstaan. Toch werd de foute vermelding regelmatig ambtelijk vastgelegd, al vermelden diverse peilingen in het bevolkingsregister keurig Palmstraat hoek Palmdwarsstraat. De familie Krone woonde dus inderdaad in een hoekpand, en wel diagonaal tegenover het hoekhuis dat op de tekening hieronder te zien is. In het bevolkingsregister stond Johann Franz geregistreerd als broodbakker.

De Palmstraat, gezien in de richting van de Brouwersgracht. In de achtergrond achter de man met de kruiwagen de kruising met de Palmdwarsstraat.

Tekening uit 1861 van A. Evertsen. Bron: Stadsarchief, inv. 010001000238.

Johanns vrouw Jansje schonk hem drie kinderen, maar stierf reeds in 1814 in het kraambed. Johann Franz huwde in 1815 ten tweede male, maar zijn tweede vrouw, Antonia van Cleeff stierf alweer een jaar later, eveneens in het kraambed. De zoon die ze Johann geschonken had, Willem, bleef in leven. Inmiddels was Johanns attestatie binnengekomen uit Hofgeismar en werd hij inschreven als lidmaat van de Lutherse kerk.

In 1816 trouwde Johann Franz opnieuw, nu voor de derde keer, met Anna van Ingen. Voor dat huwelijk moest de bruidegom aantonen dat hij niet in militaire dienst hoefde. Hij stond bij de Land-militie en Landstorm ingeschreven onder nummer 3833, maar was uitgeloot en kreeg derhalve toestemming te trouwen. Ditmaal was zijn vrouw een iets langer leven beschoren, al duurde het huwelijk maar drie jaar. Ook nu weer stierf de ongelukkige moeder in het kraambed.

In 1823 waagde Johann Franz opnieuw de grote stap en trad in het huwelijk met Johanna Stuurman. Ook nu weer maalden de ambtelijke molens grondig, want onze Johann moest nu officieel kunnen aantonen waar hij was geboren en wie zijn ouders waren. Bij de huwelijksbijlagen troffen we een document uit 1823 aan van een ‘Beëdigd Translateur’. Het was een extract uit de geboorte-inschrijving uit 1790 in het kerkboek van Hofgeismar, ‘Getrouwelijk vertaald uit het Hoogduitsch’. Tot verbazing van de auteur bleek het originele extract al van 1807 te dateren, hetgeen wat vreemd overkomt in het licht van de verklaring van Johann uit 1812 in die akte van notoriteit dat hij niets toegestuurd zou hebben gekregen uit zijn geboorteplaats. Waarschijnlijk had Johann het extract gewoon bij zich toen hij naar Amsterdam trok om zich aldaar te kunnen legitimeren toen hij zich als poorter liet inschrijven of anderszins. Daarna zal het document zijn opgeborgen en waarschijnlijk bewust vergeten. In die jaren werd het begrip meerderjarigheid namelijk anders geïnterpreteerd dan tegenwoordig. Voor iemands 25ste was toestemming van de ouders nodig en toen Johann Frans in 1812 wilde trouwen, was hij nog maar 21 jaar oud. Hij wist dat het lastig zou zijn om in zijn geboortestad Hofgeismar dat onder het Franse juk gebukt ging, schriftelijke toestemming van zijn moeder te krijgen, nog afgezien van de mogelijkheid dat zijn moeder intussen al zou zijn overleden. Daarom legde hij in de akte van notoriteit een valse verklaring af door zijn geboortejaar vijf jaar eerder te laten plaatsvinden. Hij was dus opeens 26 jaar oud en kon dus zonder omhaal trouwen. Hetzelfde deed zijn bruid. Toen Johann Franz in 1823 voor de vierde keer trouwde, achtte hij de situatie kennelijk veilig genoeg om weer zijn originele extract van Hofgeismar tevoorschijn te halen. Niemand zou hem ervan beschuldigen dat hij dat Duitse extract met opzet had weggemaakt en dat hij zijn geboortejaar niet meer wist. En zo belandde het extract van 1807 uit Hofgeismar uiteindelijk als vertaling in de huwelijksbijlagen van het echtpaar Krone-Stuurman in 1823.

Bewijs van inschrijving in het Trouwregister. Dit moest het echtpaar bewaren voor aangiften van geboorten enz.

Bron: Stadsarchief, P.A. 446 mv. 592 Luthers Diaconie Weeshuis.

Tijdens dat vierde huwelijk met Johanna Stuurman kende Johanns gezinnetje eindelijk wat meer geluk. Na de zeven kinderen uit de vorige huwelijken die op Willem na allen kort na hun geboorte stierven, kwamen er nu drie ter wereld voor wie een langer leven weggelegd was. Een van die kinderen was Nicolas Charles Krone, de vader van Sophia die zou huwen met Johannes Drost. Zij werden ‘Fransch Gereformeerd’ gedoopt in de Waalse Kerk.

Geboortebewijs van Nicolas Charles Krone.

Bron: Stadsarchief, P.A. 446 mv. 592 Luthers Diaconie Weeshuis.

Doopbewijs van Nicolas Charles die in 1826 in de Walenkerk werd gedoopt. Zonder dit bewijs kwam hij met zijn zusje en broertje het Diaconie Weeshuis niet in. Alleen gedoopte kindertjes telden mee.

Bron: Stadsarchief, P.A. 446 mv. 592 Luthers Diaconie Weeshuis.

In 1834 overleed Johanna Stuurman, de vierde vrouw van Johann Franz. Daarna trouwde deze in 1837 voor de laatste maal en kreeg bij zijn vijfde vrouw Maria Straus nog een zoon, inmiddels zijn elfde kind. Slechts enkele dagen na de geboorte stierf Johann Franz op 15 maart 1838, in hetzelfde hoekhuis waar hij al zijn vrouwen over de drempel had gedragen. Zijn minderjarige kinderen uit zijn vierde huwelijk belandden in het Diaconie Weeshuis aan de Amstel. De oudste zoon Willem was meerderjarig en de jongste boreling, slechts een maand oud, verdween in de nevelen der archieven.

Panorama, gezien vanaf de Munttoren in oostelijke richting. Rechts de Reguliersbreestraat met in de verte de Waag op de toenmalige Botermarkt, thans Rembrandtplein. Links o.a. de ingang van de Kloveniersburgwal en het ’s-Gravelandse Veer waar eeuwenlang de trekschuiten aanlegden. Over de Amstel ligt de Halvemaansbrug en het grote gebouw in de achtergrond is het Diaconie Weeshuis aan de Amstel no. 1.

Prent van circa 1825-1830, getekend door A. Wijnantz en geëtst door W. van Senus. Bron: Stadsarchief, inv. 010097015848.

 

Het Diaconie Weeshuis. Links de jongenseetzaal. Rechts de regentenkamer.

Tekeningen van J.M.A. Rieke, 1888. Bron: Stadsarchief, inv. 010097010114 en 010097010115.

Als de wezen het Diaconieweeshuis mochten verlaten, werd er een afscheidsavond gehouden waarin uit de Dank-Erkentenis werd voorgelezen. Dat was een gelegenheidsdrukwerkje waarin alle betrokkenen bij het weeshuis door de jongens of meisjes werden bedankt. Helaas waren dat niet de spontane dankwoorden van de weeskinderen zelf, maar alles was voorgekookt door de regenten en de taal die in het boekje werd gebezigd was er dan ook naar. Een breedsprakige zelfverheerlijking van met name de weldoeners en regenten om de wezen er terdege van te doordringen hoe dankbaar ze moesten zijn. En zo moesten deze jongelui die het zonder ouderliefde hadden moeten doen en die meer dan eens nauwelijks iets of helemaal niets bezaten, zelfs nog op de valreep hun nederigheid en dankbaarheid tonen in een Nederlands dat overliep van mierzoete kruiperigheid tegenover God en iedereen die bij het weeshuis hoorde.

  

Omslag en laatste pagina van de Dank-Erkentenis van de weesmeisjes uit 1850 met op de derde regel Johanna Krone, de zuster van Nicolas Charles.

Bron: Stadsarchief, PA 446 inv. 856.

Vader Johann Franz moet zich aanzienlijk hebben opgewerkt nadat hij als bakkersknecht rond 1808 naar Amsterdam kwam. Hij stond dan wel ingeschreven als bakker, maar het ligt in de lijn der logica dat hij tevens in bakkersproducten handelde, zoals suiker en gist, want hij stierf bepaald niet onbemiddeld. Zijn ‘Provisioneele Verantwoording tot het Diaconie Weeshuis’ meldt een bezit van maar liefst elf huizen, ‘broodbakkeraffairen’ en veel meubilaire goederen, alsmede een fors geldbedrag dat door het weeshuis keurig voor de drie minderjarige kinderen op rente werd gezet. Overigens was in de Provisioneele Verantwoording goed te zien hoe de informatieoverdracht van officiële gegevens verliep in die dagen, of beter gezegd, hoe die niet verliep. Zo goed als de commissieleden van het weeshuis op de hoogte waren met de gegevens van de kinderen, zo slecht waren ze geïnformeerd over het verleden van het overleden ouderpaar. Zoon Willem, uit het tweede huwelijk van Johann Franz, werd opeens een zoon uit het eerste huwelijk. De drie kinderen die door het weeshuis werden opgenomen en uit het vierde huwelijk kwamen, stonden nu vermeld als zijn de uit het tweede huwelijk en het een maand oude zoontje uit het vijfde huwelijk was nu afkomstig van huwelijk nummer drie! Oudste zoon Willem had het blijkbaar allemaal maar zo gelaten en kennelijk zijn de gegevens niet bij de Burgerlijke Stand ter verificatie aangeboden. Dit voorval laat weer eens duidelijk zien hoe zinvol het is in de genealogie om alles dubbel na te kijken en niets zomaar van anderen over te schrijven.

Eindafrekening van het Luthers Diaconie Weeshuis. Nicolas Charles Krone verliet het weeshuis met meer dan duizend gulden. Een hoog bedrag in die tijd.

Bron: Stadsarchief, P.A. 446 mv. 382, Luthers Diaconie Weeshuis.

Op zijn 20ste, enkele maanden voordat hij meerderjarig zou worden, verliet Nicolas Charles het weeshuis. Hij beheerste het steendrukkersvak en trouwde in 1853 met Femmetje Muyderman die hem vier kinderen schonk van wie er drie in leven bleven. Het echtpaar woonde tot kort voor het midden van de jaren zestig op het Rokin. In 1857 werd Sophia Antonia geboren. Uit het contact die de families Krone en Drost met elkaar hadden bloeide een vriendschap op tussen Sophia en Johannes Drost die uitmondde in een huwelijk in 1880. Haar ouders woonden vanaf 1864 op de Oudezijds Voorburgwal 68, op de hoek van het Oudekerksplein.

 

Een stukje stadsschoon...


De verloedering van een grachtenpand

Nicolas Charles Krone woonde met zijn gezin aan de Oudezijds Voorburgwal 68. Een heel oud stukje Amsterdam, waarschijnlijk al bebouwd in de Middeleeuwen. De geschiedenis van het pand is onbekend, maar het moet er al rond het midden van de 16de eeuw gestaan hebben. Onderstaande 18de-eeuwse tekening geeft een impressie hoe dit stukje oud-Amsterdam er in 1544 moet hebben uitgezien. De Ouderkerkstoren is nog van het oude model dat in 1565 door de nog steeds bestaande versie werd vervangen en ook de weergave van de kerk zelf klopt redelijk met de realiteit van toen, al weten we niet zeker of dat ook met de huizen het geval is. Het hoekpand was toen, zoals zo veel huizen, in hout opgetrokken.

De Oudezijds Voorburgwal in de 16de eeuw. Het latere pand no. 68 staat in het midden van het beeld.

Bron: Stadsarchief, inv. KOG-AA-2-09-192A.

Het houten hoekhuis maakte plaats voor een pand in baksteen met een trapgevel. Omstreeks 1750 moet het er zo hebben uitgezien. Reinier Vinkeles legde het voor ons vast.

De Oudezijds Voorburgwal met uiterst rechts het pand wat later no. 68 zou worden.

Bron: Stadsarchief, inv. K010001000512.

Daarna werd de trapgevel, en wie weet ook het pand zelf naar de smaak van die tijd aangepast. De volgende tekening werd circa 1865 vervaardigd, de tijd dat Nicolas Charles Krone het kocht. Het pand is op het detail goed te zien.

 

De Oudezijds Voorburgwal in zuidelijke richting naar de Liesdelsluis. Rechts no. 68 op de hoek.

Bron: Stadsarchief, inv. 010001000916.

Jacob Olie maakte eind 1861 een foto van de OZ Voorburgwal. Ondanks een sterke deelvergroting (links) blijft nog voldoende over van de statige glorie van het hoekpand. Er is een bord te zien boven de ramen van de begane grond, maar de tekst is onleesbaar. In dezelfde periode maakte een andere fotograaf eveneens een opname (rechts).

 

Links een detail van een foto uit 1861 door Jacob Olie.
Rechts een opname van circa 1870. De brug ligt voor de Lange Niezel.

Bronnen: Stadsarchief, inv. 10019A000095 (links) en 0100003008010 (rechts).

De bouwtekening laat de verandering zien die Nicolas Charles Krone liet doorvoeren in 1885, kort voor zijn overlijden. Zeven jaar eerder had hij de fraaie 18de-eeuwse topgevel al laten wegslopen ten gunste van een dakkapel. Nu werd de deur vanuit het midden naar links verplaatst en werd het muurwerk naar eigentijdse smaak gepleisterd. Dergelijke ‘moderniseringen’ waren overigens schering en inslag.

Plan tot het veranderen van de onderpui van pand no. 68, ingediend door N.C. Krone in 1885.

Bron: Stadsarchief, inv. 5221BT905391.

De volgende foto werd door Breitner gemaakt kort voor de eeuwwisseling. Duidelijk is te zien dat het oude pand door de rigoureuze ingrepen van Nicolas Charles Krone zijn allure goeddeels kwijtgeraakt was.

De Oudezijds Voorburgwal tussen het Oudekerksplein en de Slaperssteeg, circa 1890.

Bron: Stadsarchief, inv. 010104000232.

Het ging toen snel bergafwaarts met dit ooit zo pittoreske hoekje van Amsterdam. Omstreeks 1940 zag het pand eruit als op de foto links onder. Een toonloos ding. Dat het nog erger kan, laat de laatste foto zien. De aftakeling voltooid. Een gedrocht zonder enig karakter. En toen de auteur in 2004 de foto nam, zat er achter de gordijnen een hoertje...

 

In de 20ste eeuw werd de totale verloedering een feit. Links: situatie circa 1940. Rechts: situatie in 2004.

Bronnen: Stadsarchief, inv. 010122016348 (links). Foto van auteur (rechts), inv. 2004.03.30-19.

 

In 1878 was het echtpaar Krone-Muijderman 25 jaar getrouwd. Dat werd niet alleen in de kring van familie en bekenden gevierd maar tevens in de krant aangekondigd. Wederom een teken dat de Krones tot de beter gesitueerden behoorden.

 

Sophia Krone had twee broers die beiden naar Zuid-Afrika emigreerden. Haar jongste broer Johann Franz vertrok in 1881 naar Transvaal. Vanzelfsprekend nam de jonge emigrant op gepaste wijze afscheid en ook daarvan spoorde de auteur een advertentie op. Kennelijk werd Nicolas Charles, de oudste broer aangestoken door de verhalen van zijn broer uit Zuid-Afrika, dat ook hij besloot om te gaan emigreren, nog een anderhalf jaar nadat zijn broer Nederland definitief had verlaten. Ook Nicolas Charles maakte er een aankondiging van in de krant. Als je destijds emigreerde, was dat doorgaans een afscheid voor altijd.

 

Jean Jaques, de oudere broer van Nicolas Charles, deed van zich spreken in een annonce vanwege zijn 30-jarige echtvereniging. Er kwam zowaar een advertentie boven water in verband met de 37½-jarige echtviering. Die was nog maar een jaar achter de rug toen beide echtelieden kort na elkaar stierven. De zoon, slijter en tapper Johan Frans adverteerde het dubbele verlies. Twee jaar later stierf Nicolas Charles, de vader van Sophia.


In korte tijd raakte Sophia Krone niet allen haar twee broers kwijt, maar korte tijd later ook haar vader. Zijzelf stierf in 1891 en haar moeder sloot in 1895 het boek van de Nederlandse tak van de familie van Nicolas Charles Krone.

Zuid-Afrika

Nicolas Charles verkoos de Kaapkolonie als nieuw vaderland. Hij begon in Worcester een handel in zuidvruchten en wijnen, trouwde en kreeg twee zoons, Nicolas Charles die in 1891 werd geboren en Johan Frans die vier jaar later kwam. In zijn brief aan zijn Amsterdamse neef Nicolas Charles, de toen zeventienjarige tweede zoon van wijlen zijn zuster Sophia, valt te lezen dat hij het Nederlands nog lang niet was verleerd.

Briefhoofd 1900. Drost-archief: DD 195.

In 1910 overleed emigrant Nicolas Charles Krone in zijn woonplaats Worcester. Hoe hecht de banden waren én bleven tussen de Krones en de Amsterdamse Drosten moge blijken uit de rouwadvertentie die Johannes Drost, weduwnaar van Sophia Krone in de krant zette. Zij zwager was toen al bijna dertig jaar uit Nederland weg. Later zouden de kinderen van Nicolas Charles regelmatig Europa bezoeken.

Laten we de twee zoons volgen. De oudste zoon van Nicolas Charles, genoemd naar zijn vader en grootvader, ontpopte zich als een succesvol zakenman die in de voetsporen van zijn vader verder ging in zuidvruchten, thee en wijnazijn.

Briefhoofden van Krone-firma’s in de 20ste eeuw. Drost-archief: DD 196, 197, 198, 199.

Nicolas Charles trouwde in 1916 met Gerrie die hem vijf kinderen schonk, Gerrie was de dochter van de eigenaar van de Twee Jonge Gezellen het op een na oudste wijngoed in Zuid-Afrika en stammend van 1710. Nicolas Charles die de bijnaam Cope droeg, nam het bedrijf over en bracht zijn wijnen tot op een hoog niveau. Hij droeg de scepter over aan zijn zoon die - hoe kan het ook anders - dezelfde voornamen kreeg als de vorige generaties.

Drie generaties Nicolas Charles Krone. Links Cope met rechts zoon en kleinzoon. Drost-archief: DB 1848.

B. Bolle - Archief Amsterdamse Drosten.

De Krones verwierven internationale faam door het ontwikkelen van een koud-fermenteringsproces voor druiven. Omstreeks 1960 werd ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van het wijngoed een folder uitgebracht met hun collectie Rieslings en Sherries. Deze folder reisde datzelfde jaar mee op Nicolas Charles’ laatste trip met zijn vrouw Gerrie naar Nederland, alwaar hij in het Amsterdamse Lido een diner gaf voor de nazaten van zijn grootouders die al die jaren het contact met de Zuid-Afrikaanse Krones had onderhouden. Alle gasten zetten hun handtekening op de folder.

Thans wordt de Twee Jonge Gezellen bestierd door weer een volgende generatie Krone én diens zoon, uiteraard door een Nicolas Charles, al heet deze laatste N.C. in het dagelijkse leven Nicky. De auteur wist Nicky en zijn vrouw Mary op te sporen en onderhoudt sindsdien een enthousiast contact.

Terug naar Nicolas Charles die in 1895 zijn tweede zoon Frans kreeg. Deze ging in het Verenigd Koninkrijk studeren voor huidarts en promoveerde op dat specialisme. Hij trouwde in 1920 met Suzanne. Het jonge echtpaar deed in 1922 Nederland aan en ging op familiebezoek. Ze kregen drie kinderen en woonden in Kaapstad. Johan Frans Krone overleed in 1966.

Johan Frans Krone met zijn vrouw Suzanne op bezoek in Nederland bij familie in Hilversum in 1922. Drost-archief DB 0599 (detail).

Van Johann Franz Krone, de jongere broer uit het gezin Krone-Muyderman die in 1881 naar Zuid-Afrika emigreerde is weinig bekend. Hij kreeg twee zoons, Nicolas Charles en Johann Franz van wie de eerste trouwde met Fransie. Dat echtpaar kreeg vier dochters. Johann Franz stierf kinderloos.

Top

Hoofdstuk 3     Welkom & Uitleg     Genealogie    Hoofdstuk 5

Copyright
De auteur verleent toestemming tot het overnemen van tekstgedeelten uit dit digitale boek en beeldmateriaal uit het Drost-archief, mits voor niet-commerciële, educatieve of wetenschappelijke doeleinden en met vermelding van auteur en website.