Hoofdstuk 6     Welkom & Uitleg     Genealogie    Hoofdstuk 8

Bert Bolle

 

Hoofdstuk 7

Een Tijd van Bloei - Van Bloemgracht naar Keizersgracht

Suikerbaron Johannes Drost en zijn gezin

 

H o o f d s t u k k e n w i j z e r
___________________________________________________

 

 

Johannes Drost en Sophia Krone trouwden in 1880. Naar goed gebruik maakte de aanstaande moeder de doopjurk zelf in plaats van er een te kopen. Meisjes leerden in die jaren al op zeer jonge leeftijd om te gaan met naald en draad en op de scholen was Nuttige Handwerken bon ton. Bovendien was zelf maken goedkoper en in die beginjaren was er in het gezin Drost nog niet zoveel geld, hetgeen we kunnen zien aan de sobere behuizing waar Johan en Sophie het mee moesten doen. Het werd een witte battisten doopjurk, rijkelijk voorzien van fijn borduursel en ajourwerk, naar de mode van die tijd. Sophie bleek een ware naaldkunstenares te zijn geweest, zo prachtig is deze jurk afgewerkt. De kwaliteit deed niet onder voor wat je toen in de gegoede zaken kon kopen. En wat een tijd moet erin zijn gaan zitten; dit was werk van maanden en nog eens maanden. Het bijbehorende mutsje werd in zachte pasteltint uitgevoerd. De doopjurk diende inmiddels drie generaties Drost en werd door Tine Drost-van Zanten aan haar oudste dochter Ethne, de echtgenote van de auteur geschonken.

De doopjurk van de Drosten, vervaardigd door Sophie Krone.

Het jonge echtpaar kreeg zeven kinderen waarvan er twee vroegtijdig stierven. Johannes, geboren in 1881, was de oudste. Johan kwam ter wereld in een onderkamer van een huis aan de Bloemgracht, hartje Jordaan.

Nu was de Jordaan niet bepaald de omgeving waar het crème de la crème van Amsterdam woonde, maar naar Jordaanse begrippen was de Bloemgracht deftig, en werd dan ook wel de Herengracht van de Jordaan genoemd. Johan en zijn Sophie zaten dan ook niet in een gribus. Het pand was kort voor hun huwelijk verbouwd door huurbaas van den Brink en de onderkamer die ze huurden gaf uitzicht op een binnenplaatsje. Hun huisnummer was 95, een huis van de hoek met de Tweede Bloemdwarsstraat. Als je die straat uitliep, kwam je in het buurtje waar omstreeks 1700 Gijsbert Floriszoon zijn woning en schoenlapperij moet hebben gehad.

 

De Bloemgracht met huisnummer 95 onder de rode stip. Deze foto dateert van 1947 maar no. 95 is nog ongeveer zoals het rond 1880 was.
Rechts de aanvraag voor een verbouwing in 1879. Het raam van de onderkamer is met een stip aangegeven. Gelet op de uitbouw aan de achterzijde en het lage grondniveau, zal het uitzicht niet bijster riant zijn geweest vanuit deze pijpenla.

Bron: Stadsarchief, inv. 010009005717 en 5221BT913630.

Het gezinnetje verhuisde al spoedig naar de Korte Leidsedwarsstraat, alwaar Nicolas Charles in 1882 werd geboren en het jaar daarop Hendrik. Korte tijd later verhuisde Johan met zijn gezin wederom, ditmaal naar de Vijzelstraat vlakbij de Prinsengracht en betrok daar een woning boven een winkel.

Het gezin van Johannes Drost en Sophia Krone met staand Johan en Charles in 1884. Bij moeder op schoot zit Hendrik die het volgend jaar zou overlijden. Drost-archief DB 0123.

De herfst van het jaar 1885 eindigde in een mengeling van emoties. De peuter Hendrik stierf en dat bracht verdriet in huize Drost. Kinderen in vroeger eeuwen stierven door gebrek aan hygiëne vaak een vroege dood, maar het verdriet bij de ouders was er niet minder om. Blijdschap was er echter ook, want nog geen twee weken na de begrafenis werd er een meisje geboren. Ze werd Femia Sophia Antonia vernoemd, naar haar grootmoeder en moeder. Ze zou als Femme door het leven gaan.

Opname van Femme uit 1886, het enige kind van Johan en Sophie waarvan een dergelijk speciaal portret bekend is. De andere foto’s zijn alle zonder uitzondering opnamen van meer kinderen tegelijk. Drost-archief DB 0129.

In 1886 stierf de vader van Sophia, de steendrukker Nicolas Charles Krone die met zijn vrouw aan de Oudezijds Voorburgwal woonde. Kort na zijn overlijden kwamen Sophia met haar man en kinderen bij de weduwe Krone inwonen. Het huis stond op de hoek van het Oudekerksplein. Vader Krone had kort voor zijn overlijden de hele voorgevel laten ‘verfraaien’. Menige authentieke Amsterdamse gevel moest het in die jaren ontgelden.

In de zomer van 1887 maakten Johannes en Sophia een vakantietrip naar Laren en verbleven daar aan de Torenlaan in een boerderij die het vaste stekje van de Drosten was gedurende enkele tientallen jaren. Tussen de Drosten en Laren was een zekere band. Een van de personeelsleden van de firma Ronge en Drost kwam uit Laren de dienstbode van Hendrik, de broer van Johannes kwam er vandaan en werd zijn gezelschapsdame tot aan zijn dood. Laren was blijkbaar een geliefde plek voor de Drosten en het jonge gezin van Johannes zal daar logischerwijs een paar kamers hebben willen huren en zo bij die boerderij terecht zijn gekomen. Waarschijnlijk vroeger dan verwacht diende zich midden in de zomer van 1887 in de boerderij een nieuwe boreling aan, een meisje dat in het Larense gemeentehuis als Sophia Antonia werd aangegeven en Fie genoemd zou worden.

De geboorteaangiftebewijzen van Sophie en Mies. In het plattelandsdorp Laren was zoiets een simpel briefje, maar Amsterdam wist er wat mooiers van te maken.
Drost-archief DD 109 en 192.

Bijna precies twee jaar later werd als laatste van de drie meisjes Maria geboren, Mies in het dagelijks leven. In 1891 verhuisde het Drostengezin naar de Prinsengracht 610, op een steenworp afstand van hun vroegere woning aan de Vijzelstraat. Welk een verschil met die sjofele onderkamer in de Jordaan waar ze nog maar elf jaar tevoren waren begonnen. De bruisende jaren tachtig waren zeker niet voorbijgegaan aan de familie Drost. De firma Ronge en Drost deed goede zaken, want de gebroeders Drost waren uitstekende zakenlieden die de markt op hun duimpje kenden, zowel nationaal als internationaal. Ze waren beiden commissionairs en maakten grote omzetten in suiker. Suiker werd hun belangrijkste specialiteit en ze zouden door het leven gaan als suikerbaronnen. De gebroeders wisten niet alleen hoe ze geld moesten verdienen, maar ook om het winstgevend te beleggen en al spoedig werden er her en der beleggingspanden aangekocht. Dat het gezin van Johan Drost naar de Prinsengracht verhuisde, was dan ook geheel in lijn met de voorspoedige groei die het bedrijf doormaakte.

Sophie was inmiddels geen juffrouw Drost meer, maar werd nu mevrouw Drost genoemd en al had ze van huis uit de Franse taal leren beheersen, ze ging niet te pas en te onpas Frans praten zoals andere dames van haar stand dat plachten te doen. Ze werd geen afstandelijke moeder, integendeel, ze bleef in feite heel gewoon. Sophie werd in de zomer van 1891 gekiekt in de achtertuin in dagelijkse kledij met haar kinderen, haar schoonmoeder die peultjes dopte, de meid en een oudere vrouw die mogelijk haar moeder was. Een warm en huiselijk tafereel. Sophie was in verwachting van haar zevende kind.

Groepsfoto genomen in 1891 in de tuin achter het pand Prinsengracht 610. De vrouw links is mogelijk de moeder van Sophie Krone. Drost-archief DB 0116.
Deze interactieve foto kan namen van personen tonen en hun plaats in de genealogie.

Helaas, het fraaie grachtenpand droeg niet alleen de uitstraling van luxe en huiselijke warmte in zich, maar ook van rampspoed. De ongedwongen zomerfoto in de tuin achter het Prinsengrachtpand zou de laatste zijn die van Sophie werd genomen. Ze schonk haar Johan in de herfst van 1891 een zoon die Johan Frans werd genoemd, naar zijn moeders grootvader die zich omstreeks 1810 als bakker in Amsterdam had gevestigd. Maar deze kleine Johan Frans bracht geen geluk. Zijn moeder stierf amper 33 jaar oud in het kraambed, tien dagen na de geboorte. Nog geen twee maanden later stierf de baby. Vader Johan bleef met zijn vijf overgebleven kinderen ontredderd achter.

Stiefkinderen

Naast alle verdriet en ellende was er gelukkig ook hulp. Zowel de moeder van vader Johan als die van zijn overleden vrouw leefden nog en natuurlijk waren er altijd en overal dienstbodes en andere al dan niet betaalde helpende handen. Maria Drost-van Welp, de 80-jarige moeder van Johan kwam permanent inwonen bij haar zoon. Maar al was er dan wel altijd een vrouw in huis die het gezin wist te bemoederen, de echte moeder ontbrak.

De vijf kinderen Drost met Pasen 1892 in de tuin achter het pand Prinsengracht 610. Drost-archief DB 0377.
Deze interactieve foto kan namen van personen tonen en hun plaats in de genealogie.

Johan (l) en Charles (r) in 1892 in de tuin achter het pand Prinsengracht 610. Drost-archief DB 0745.

Laren 1892. In het midden de Larense kunstschilder Hendrik Valkenburg samen met Bets ten Veldhuys. Drost-archief DB 0377.
Deze interactieve foto kan namen van personen tonen en hun plaats in de genealogie.

In 1892 gingen er dingen veranderen voor de jonge vader en zijn kroost en voor die verandering hoefde Johan niet al te ver te zoeken. Toen hij in 1880 met Sophie trouwde, was een van de getuigen de wagenmaker Herman Haak geweest. De familie Haak was bevriend met de familie Krone. Herman had een jongere zuster Anna Louisa die regelmatig bij de Drosten over de vloer kwam. Met deze Anna knoopte Johannes nauwere banden aan en in de loop van 1882 vroeg hij haar ten huwelijk. Dit tweede huwelijk vond plaats op 27 juli 1893.

 

Anna wilde graag kinderen, maar misschien was de plotselinge sprong in het diepe van een gezin met vijf jonge aandacht vragende kinderen wel wat veel. En jongetjes willen nogal eens drukke en baldadige baasjes zijn; daar had de kersverse stiefmoeder kennelijk weinig zin in. Hoe dan ook, de beide jongens Johan en Charles werden al spoedig naar kostschool gedaan, eerst naar Abcoude en daarna naar Voorschoten.

 

Jongens blijven jongens...

Mokumse jongens als Johan en Charles woonden weliswaar aan een van Amsterdams rijke grachten, maar ze maakten op straat natuurlijk van alles mee en zullen met hun verworven kennis best wel eens de dame des huizes hebben gechoqueerd.
Zo waren er her en der in de stad secreten gebouwd onder de brugbogen. Vaak waren het wrakke bouwsels waar hoofdzakelijk armen en ouderen gebruik van maakten. Vooral de wintertijd leverde een vieze aanblik op.

Een secreet onder de brug aan de Oudezijds Voorburgwal. Dit was nog een behoorlijk bouwsel, maar vaak waren het niet meer dan vieze gammele hokjes die vrij boven het water hingen, pal onder de brug.

Bron: Stadsarchief

In de regel waren die houten secreten gratis, maar af en toe zat er een vrouw op wacht die de boel schoonhield. Een van die retiradedames was tante Mie, een potige Jordaanse. Haar tarief was een cent, en daarover was iedere discussie onmogelijk. De schooljongens leerden elkaar het volgende versje:

Onder de brug bij tante Mie,
daar kan je kakken voor een spie.
En als je niet meteen betaalt,
dan word je door de stront gehaald.

 


Prinsengracht 971. Johan Drost met zijn dochters Sophie, Mies en Femme, 1893. Drost-archief DB 0378.

Mies, Femme en Sophie, 1894.
Drost-archief DB 0157.

Begin 1893 werd een ander pand aan de Prinsengracht betrokken. Klaarblijkelijk wilde het aanstaande bruidspaar liever met een schone lei beginnen in plaats van te blijven wonen in een huis waar het doodsbed stond van Johans eerste geliefde Sophie en waar zoveel voetstappen van haar lagen. Het nieuwe pand had iets meer klasse dan het vorige, waar je alleen vanuit de keuken via een houten trap de tuin in kon komen. Nu kon je vanuit de achterkamer door de openslaande deuren naar de tuin komen.

De meisjes kregen weer een moeder in huis, maar er was wel het één en ander veranderd. Anna Louisa was weliswaar net als Sophie een rasechte Amsterdamse en een dochter van een handwerksman, wagenmaker Arie Haak die zijn werkplaats had aan het Molenpad, maar de kersverse mevrouw Drost-Haak praatte het liefst Frans, niet alleen met vriendinnen, in winkels en in de Walenkerk die de familie frequenteerde, maar ook thuis. Er kwam een gouvernante die de meisjes opvoedde en privé-onderricht gaf en er kwamen strakke regels in huize Drost. Veel van de opvoeding en de dagelijkse dingen werd aan de hulpen overgelaten en aan de gouvernante. Deze ‘juf’, zo vertelde een van de dochters later, was hun troost en toeverlaat. Als die onverhoopt vertrok en vervangen werd door een nieuwe gouvernante, betekende dat voor de meisjes een regelrechte ramp. Die hadden dan ook een sterkere band met hun juf dan met hun stiefmoeder die ze hooguit voor het slapen gaan even een kusje mochten geven. De vertrouwde warmte van een moederdier kwam voor hen echter niet meer terug. Het klassieke gezegde over een stiefmoederlijke behandeling werd in het gezin Drost helaas bewaarheid. Ook toen de meisjes ouder werden en uitvlogen, bleven ze die afstand voelen. Een van de meisjes verklaarde later letterlijk tegenover haar kleinzoon dat zij en haar zusjes voelden alsof ze slechts gedoogd werden. Ze werden goed verzorgd, dat zeer zeker wel, maar dat ze ook werden bemind kwam in de ogen van de toen zo kwetsbare meisjes helaas niet uit de verf. Een soortgelijke situatie deed zich later voor toen de zoon des huizes Nicolas Charles voor de tweede keer trouwde met Amalia Gläfke. Daarover later.

Prinsengracht 971, opname uit 1895. De twee vrouwen links zijn de hulpen. Drost-archief DB 0662.
Deze interactieve foto kan namen van personen tonen en hun plaats in de genealogie.

Prinsengracht 971, opname uit 1895. De oudere vrouw vooraan is mogelijk ‘juf’ de gouvernante. Drost-archief DB 0125.
Deze interactieve foto kan namen van personen tonen en hun plaats in de genealogie.

Anna Haak had het zelf ook bepaald niet makkelijk. Ze kreeg in 1895 een zoon die niet lang na zijn geboorte stierf. Het drama herhaalde zich twee jaar later. Wederom verdriet in huize Drost aan de Amsterdamse Prinsengracht. En zo liep de 19de eeuw ten einde.

  

Maar in 1900 lachte het geluk Anna Haak eindelijk toe en schonk ze haar Johannes zijn tiende kind, een zoon die alle ellende van de vorige eeuw een einde maakte en die een lang leven beschoren was: Henri Louis. Precies rond het scharnierpunt van de oude naar de nieuwe eeuw zorgde deze boreling voor het warme wonnegevoel waar Anna zo vurig naar had gehaakt. Na het verliezen van haar eerste twee zoontjes moet dit jongetje voor haar veel, heel veel hebben betekend.

Henri Louis (Hannetje) Drost, augustus 1901. Drost-archief DB 0181.

Het was deze Han die als baby in Anna de echte moeder wakker maakte, maar toen was de kwetsbare kindertijd van de stiefkinderen alweer voorbij. De meisjes waren tieners geworden en werden klaargestoomd voor het leven van een dame die de naam Drost waardig was. In dat opzicht wist Anna Haak zich uitstekend van haar taak te kwijten en speelde ze haar rol als vrouwelijk hoofd van het gezin op voortreffelijke wijze. De meisjes genoten een degelijke opvoeding, kregen een brede algemene ontwikkeling mee en spraken vloeiend Frans.

 

Vaarwel Romantiek

Claude Debussy op bezoek bij Chausson in 1894.

Bron: Wikimedia Commons.

De romantiek als muzikale kunststroming had de 19de eeuw zijn muzikale gezicht gegeven. Beroemdheden als Beethoven, Chopin, Schubert, Brahms en Berlioz waren exponentiële voorbeelden van componisten die de Romantiek uitdroegen. Geïnspireerd door de vooruitgangsgedachte van de Verlichting streefde men naar werken die grootser en breder moesten zijn en vooral beter, zowel qua instrumenten als qua speeltechniek. Ook de harmonische ontwikkelingen werden steeds complexer. Virtuositeit en chromatiek stonden hoog in het vaandel.

Maar de 19de-eeuwse droom duurde niet eeuwig. Gedurende de laatste decennia ontwikkelden zich nieuwe stromingen die zich los wilden maken van de strenge wetten der romantiek. Zo waren er in Frankrijk schilders als Manet, Monet en Cézanne die een geheel eigen weg insloegen, wars van conservatief-classicistische dogma’s. Omstreeks 1860-1870 verschenen er werken op Parijse exposities waarvan de ongenaakbare en pedante Parijse salonjury’s een hartverzakking moeten hebben gekregen. Deze nieuwlichters in de schilderkunst noemden zichzelf illuministen, maar adopteerden later de benaming impressionisten. Die laatste naam was ooit in het leven geroepen door mensen die schamperden op de nieuwe stijl. Het was dus een soort scheldwoord, maar dat werd later door de impressionisten zelf als een geuzennnaam aangenomen. Een schitterende tactiek om je tegenstanders de les te lezen. En zie, de nieuwlichters kwamen niet tevergeefs voor zichzelf op. In de kunstgeschiedenis is het impressionisme niet meer weg te denken.

Claude Debussy.

Bron: Wikimedia Commons.

 

In de muziek was een soortgelijke ontwikkeling merkbaar. Ook hier speelde een land als Frankrijk een belangrijke leidende rol. Voorloper in het impressionisme in de muziek was Eric Satie die grootheden als Debussy inspireerden. Claude Debussy, geboren in 1862, kwam omstreeks 1885 met werken die net als in de schilderkunst, slecht vielen bij de behoudende elite. Zijn ‘Printemps’, een verademing voor wie de waarde ervan doorzag, werd door de juryleden van de Parijse Académie de grond in getrapt en na een tweede confrontatie keerde Debussy de verkokerde en arrogante Académie definitief de rug toe. Hij ontwikkelde een geheel eigen weg, waarbij het begrip sfeertekening een in hoge mate bepalend element ging vormen. Invloeden van buitenaf zoals oosters georiënteerde tonen speelden daarbij een belangrijke rol. Debussy en zijn geestverwanten toonden durf door afstand te nemen van de tonaliteit en een nieuwe richting in te slaan van de pentatoniek en de octotoniek. Er kwam een vrijere teugel in de harmonie en het zwevende ritme kwam in zwang.

Debussy liet een frisse wind waaien in de muziekwereld van de laatste decennia der 19de eeuw. Geen grote bezettingen en bombastische hoogdravendheid, maar liever een bevrijdende losheid in een intieme bezetting. ‘Bach is Onze Lieve Heer der muziek, tot wie elke componist zou moeten bidden alvorens aan het werk te gaan’, was zijn lijfspreuk. Hij prefereerde de diepgang en de ingetogen puurheid van de ooit verguisde Bach boven de soms wat overdreven zwaar bejubelde werken van ‘veilige’ componisten als Mozart en Beethoven. Wie echter verder durft te kijken, weet dat de muziekwereld vele malen rijker en beweeglijker is. Luister naar een fragment uit het prachtige verfrissende Prélude à l’après-midi d’un faune, gespeeld door het Cleveland Orchestra onder leiding van Pierre Boulez. Warm aanbevolen door de auteur. Wie de sfeer goed aanvoelt, proeft de knipoog naar de 20ste eeuw. Het werk werd geschreven in 1894 toen Debussy nog aan het begin stond van zijn carrière die overigens maar kort van duur was. De componist stierf in 1918.

Mocht bovenstaande muziekspeler niet werken, probeer dan de volgende.

 


Johan, circa 1900.
Archief DB 0517.

Charles, 1903.
DB 1668.

Johan en Charles bleven van 1892 tot 1896 op kostschool. Volgens de verhalen die werden overgeleverd, moeten ze in elk geval in Voorschoten zeker geen prettige tijd hebben gehad, want het ging er streng aan toe, daar aan het Instituut voor ‘Lager, meer uitgebreid Lager en voorbereidend Hooger onderwijs Noorthey’, het latere Instituut Wullings dat was gehuisvest op het landgoed Beresteijn. Hendrik Wullings zwaaide van 1893 tot 1936 de scepter in zijn particuliere Hoogere Burgerschool met internaat. Een duur internaat ook, waar veel jongens zaten van rijke ouders die in Indië woonden, maar tevens een laatste strohalm voor wanhopige ouders die hun balsturige zoon steeds opnieuw van school getrapt zagen. Zo’n lamstraal werd dan bij Wullings in Voorschoten grondig afgeknepen en gedrild tot een bruikbaar geheel in de maatschappij. In een dergelijk hard milieu brachten de vriendelijke zachtaardige gebroeders Drost een deel van hun tienerjaren door. Vooral Johan bleek behoorlijk onder het gebrek aan huiselijke warmte te hebben geleden en droeg de herinneringen aan die periode zijn hele leven met zich mee.

Natuurlijk hadden de jongens van tijd tot tijd contact met thuis en hun jongere zusjes zullen hun oudere broers soms behoorlijk hebben gemist. Maar gelukkig was er de postbode en de meisjes hadden al jong leren schrijven. Zo jong als ze waren, stuurden ze briefjes naar hun broers om verslag te doen van de gang van zaken aan het thuisfront, zoals Sophie deed in 1894.

 

Drost-archief DD 110.

Ze zullen er wel beter gehard geworden zijn voor het echte leven in de maatschappij dan wanneer ze als verwende rijkeluisjongetjes thuis waren gebleven, dat zeker. In de stad was de verleiding groot om zakelijke verplichtingen te vergeten. Er was genoeg vermaak en als er iets betaald moest worden dat boven de begroting ging van de jonge heren, werd pa wel een poot uitgedraaid. Zo mochten Johan en Charles naar de Kroningsfeesten ter gelegenheid van de feestelijke inhuldiging van Koningin Wilhelmina in 1898, zoals het grote vuurwerk op het IJ waar je tegen het destijds forse bedrag van vijf gulden eerste rang kon zitten op een van elektrisch verlichte de boten. Maar vader Drost wilde vooral ook dat zijn zoons al jong een goede praktijkervaring in de internationale handel kregen en om ze een degelijke basis mee te geven als toekomstige opvolgers in de zaak, stuurde hij beiden zo gauw hij kon naar een suikerraffinaderij in Uerdingen in Duitsland voor het opdoen van handelskennis, werkervaring en een gedegen beheersing van de Duitse taal. Duits nam in die jaren een belangrijke plaats in, zowel in de literatuur als in de wetenschap en het zakenleven.

Schwengers Gebrüder was een bekende suikerraffinaderij in Uerdingen.

Johan jr werd als eerste uitgezonden. In de herfst van 1899 nam hij de trein naar Uerdingen aan de Rijn in het Duitse Nordrhein Westfalen, alwaar hij in het Herrenpensionat van de weduwe Mees aan de Oberstrasse verbleef. In de loop van 1900 werd Johan in Duitsland afgelost door Charles die een zelfs een vol jaar jaar in Uerdingen woonde. In de tussentijd hield pa vanuit Amsterdam per brief een oogje in het zeil en zorgde ervoor dat zijn jongelingen zo nu en dan een postwissel kregen.

 

Broederlijke correspondentie

Een kostelijke serie kaarten van rond 1900

Johannes Drost junior en zijn broer Nicolas Charles waren duidelijk goede maatjes. Vanuit zijn pension in Uerdingen stuurde Johan hem een ansichtkaart die hij tot in de verste uithoeken vol schreef. Niet in het Nederlands maar in uitstekend Duits, en dan ook nog in het toen gangbare oude Duitse Sütterlin handschrift.
Johan droeg zijn broer op namens hem de groeten te doen aan onder meer Mejuffrouw Schut. Wie dat was is niet overgeleverd. Kan een gouvernante zijn geweest, maar net zo goed een jonge liefde. Schut was overigens de achternaam van de moeder van Alie Hessels, de vrouw met wie hij later zou trouwen, maar het blijft gissen.
Eenmaal weer terug in Nederland, ging Johan op het kantoor van zijn vader werken. Charles ging naar Uerdingen, en ook daar kreeg hij post toegestuurd van Johan. Op de kaart van 8 mei 1900 waarop de spot gedreven wordt met Koningin Victoria van Engeland die een dumdumkogel in haar achterste gemept krijgt door Paul Kruger, vertelt Johan dat hij een fiets van zijn vader heeft gekregen.
Een andere kaart maakt gewag van een bezoek dat Johannes senior aan Charles wilde brengen. Allerlei dagelijkse dingen passeren de revue, zoals het al dan niet uitgeloot worden voor militaire dienst, het weer, een kanttekening bij de politieke lading van de spotprenten en natuurlijk de obligate groeten. Hier volgen de letterlijke transcripties.

Kaart van Johan Drost aan zijn broer Charles.
Uerdingen 22/2/1900
Lieber Charles! Ansicht Karte empfangen. So bald ich von Pa Antwordt erhalte, schicke ich dir einen Brief mit Bescheid, was die Herren gesagt haben, * und werde dann jedenfalls viel neues haben. Hoffentlich gehst mit dir immer noch gut und über mich selbst.
Hoffentlich hast du dich gesternabend gut amüsiert.
(rechts van lied:) brauche ich auch noch nicht zu klagen
Ich wünsche auf dem Turnfeste recht viel Vergnügen und werde dir mit Fastnacht eine Karnavalistische Karte schicken.
(geheel boven:) Grüße bitte Reysenbach (?) von mir.
(boven het lied:) Sehr schön, zum Singen!
Mit den herzlichsten Grüßen an die Schwesterchen u. an Fräulein Schut, verbleibe ich dein Bruder Johan
.
Drost-archief DD 005.

8 Mei 1900 - Beste Charles,
Je brief hebben wij thuis alle in goede gezondheid ontvangen en deed het mij plezier daaruit te vernemen, dat je het in U. (Uerdingen) zoo goed kan vinden. Mij bevalt het hier eveneens uitstekend. Turnen doe ik niet aan en zwemmen ga ik van den zomer, maar wat je zeer zal verbazen, ik ga fietsen, fietsen zal je zeggen, ja zeker fietsen, want van daag heb ik van Pa een nieuw karretje een crescent gekregen, prachtig dingetje, geheel nieuw, gekocht in den brakken grond, waar veiling was van 150 bakjes. Je begrijpt hoe ik in mijn nopjes ben. Pa heeft voor zich ook een fiets gekocht. Gauw zal ik eens wat meer bijzonderheden schrijven en na groeten verblijf ik, je broer Johan
Goed zoo boertje flink er maar op los
Groet s.v.p. mijn vriend Otto en de lui op kantoor van me tenminste wanneer ze me nog niet vergeten hebben.

Drost-archief DD 001.

 

Links:
Beste Charles!
De brief. van Pa heb je zeker in goede gezondheid ontvangen en goed begrepen wat Pa bedoelt. Pa verwacht je Zondag morgen, wanneer Pa je aan het station Keulen niet ziet, in Hotel Ernst, Domplein. Het hotel is zeer gemakkelijk te vinden, eventjes van het station. Pa wacht op den trein van ‘s morgens 9.05 aankomst Keulen. Als je Pa aan het station niet ziet, ga je een potje bier drinken in Hotel Ernst en zal Pa daar wel zitten.
Het is op het oogenblik hier niet zoo heet meer en hopen maar dat je het met het wêer treft want als het zoo heet is heb je er ook niet veel aan.
Met Wüst Zondags reeds een paar maal uitgeweest. Voor te fietsen was het in de laatste tijd veel te warm
Groet de lui op kantoor van mij. Groet s.v.p. de familie Mees van mij. Hier alles wel
Als je het uitstapje maakt stuur dan eens eenige prentbrief kaarten
Deze kaart toont aardig aan hoe het er in China van Bull uitziet, vind je niet
Wij wenschen je alle thuis veel pleizier, en verblijf ik na groeten
Je broer Johan
.
Drost-archief DD 002.

Rechts:
12/10 1900
Beste Charles,
Van harte gefeliciteerd met de herdenking van je geboortedag waarmee ik je tot mijn spijt niet mondeling mee gelukwenschen kan, maar heb ik toch even goed gemeend. Van Wüst heb je zeker reeds iets gehoord. Is nu in Kampen. Adieu. Reienbach moet 18 Oct. loten
Heb een laag nummer getrokken maar heb als vrijstelling mijn oogen opgegeven.
Dezer dagen zal ik je een brief schrijven maar vond voor vandaag een A.K. (ansichtkaart) aardiger. Weder prachtig.
Het volgende jaar hopen wij het weer samen te vieren. Drink maar een flink potje Horster Bier maar denk om de kater.
Ik wensch je een genoeglijken dag. Verblijf na groeten, Je broer Johan
.
Drost-archief DD 004.

A.dam 9 Oct 1900 - Beste Charles
Alles hier zeer wel en kunnen van jou hopelijk het zelfde zeggen en zal ik je dezer dagen een brief schrijven. Weder buitengewoon schoon en warm ‘s avonds zitten overal de menschen nog buiten.
De groeten van allen thuis. Morgen is de loting (Woensdag)
Na groeten
Je broer Johan
.
Drost-archief DD 003.

Maar ook de vrouwelijke zijde van het thuisfront liet zich niet onbetuigd. Zo kreeg Charles van zijn jongste zusje Mies een mini-briefje op ‘zelfgemaakt’ postpapier.

Drost-archief DD 075.

Johan werd afgekeurd om te dienen bij de Nationale Militie ‘uit hoofde van lichaamsgebreken, onder no. 190 genoemd in het reglement B op het geneeskundig onderzoek, vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 2 november 1883’. De gebreken onder no. 190 bestonden uit bijziendheid. Johan was dus kippig en mocht daarom thuisblijven. Overigens zal het met die bijziendheid wel zijn meegevallen, want pas in de jaren twintig verschijnt Johan in het Drost-archief af en toe als brildrager... Of Charles vrijstelling voor militaire dienst kreeg, is niet overgeleverd. Van hem werd wel het inschrijvingsbewijs van de Nationale Militie gevonden met zijn lotnummer.

Drost-archief DD 103.

Tussen de broers boterde het bijzonder goed. Ze hadden een warme, hartelijke en hechte band en dat heeft hun verdere leven zo mogen blijven, al kregen de twee broers later wel steeds vaker verschil van inzicht op zakelijk terrein. Maar ook hun vader en diens broer Henk konden goed met elkaar overweg. De beide firmanten zagen hun zaak floreren en deden goede zaken op de beurs. De zoons werden ingewerkt en zouden het bastion der Drosten verder komen versterken. Intussen kwamen de klanten overal vandaan, meestal zaken in Amsterdam maar ook van daarbuiten.

 

Albert Heijn lette op de kleintjes...

In de jaren 1890-1900 had de Amsterdamse firma Ronge en Drost een klant wiens naam in Nederland grote bekendheid zou krijgen. Het was de jonge Albert Heijn die in 1887 de kruidenierswinkel van zijn vader aan de Kerkbuurt 1 in Oostzaan had overgenomen.

Albert Heijn met vrouw, kinderen en trekhond voor de winkel in Oostzaan, circa 1895.

Het was in het begin maar een klein winkeltje, niet groter dan 12 vierkante meter. Toch werd er van alles verkocht. Behalve levensmiddelen kon de klant er terecht voor klompen, sterke drank, turf, baggernetten en teer. De cacao kwam bij van Houten uit Weesp vandaan.

Kruidenierswaren als suiker werden in die jaren nog keurig onder het wakend oog van de klant afgewogen en in papieren zakjes meegegeven. Die suiker werd uiteraard in het groot ingekocht, en daartoe maakte Albert Heijn op gezette tijden een inkoopreis naar Amsterdam. Dat deed hij met zijn hondenkar. Zijn vrouw lette dan op de kleintjes...

Johannes Drost.
Archief DB 0003.

Het hele eind van Oostzaan naar de Prinsengracht werd dus lopend afgelegd. Steevast werd er dan bij Ronge en Drost een grote zak melis ingeslagen. Melis was de benaming in die dagen voor kristalsuiker. Die suiker werd dus door de heer Heijn himself per hondenkar vervoerd naar zijn winkeltje in Oostzaan.

Zo ouderwets Albert Heijn was met zijn hondenkar, zo modern was hij als het om betalen ging. De rekening werd namelijk nooit meteen betaald. Er werd rustig gewacht op een aanmaning en als het geduld van de heren Drost begon op te raken, begon de suiker zo ongeveer ook op te raken en toog de heer Heijn weer met zijn hondenkar naar de Prinsengracht. Daar betaalde hij zijn openstaande rekening en kocht meteen een nieuwe zak melis. Op de pof uiteraard. Want reeds toen verstond Albert Heijn de kunst om vooral goed op de kleintjes te letten...

 

Femme, Sophie en Mies Drost groeiden op zoals het jongedames uit hun kringen betaamde. Er werd degelijk onderwijs gevolgd en er werd in ruime mate aandacht aan algemene ontwikkeling besteed. Als vervolg op het thuisonderwijs van de gouvernante, gingen de meisjes als tieners naar de Gemeentelijke Hoogere Burgerschool voor meisjes of naar een particulier instituut.

Klassenfoto van omstreeks 1897. Femme zit op de middelste rij, tweede van links. Drost-archief DB 0130.

De regels der etiquette werden bijgebracht, de meisjes volgden dansles en men ging trouw ter kerke in de Waalse Kerk aan de Kloveniersburgwal. Ook het handig omgaan met naald en schaar werd de meisjes terdege bijgebracht. De foto hieronder laat het drietal zien toen ze zich in 1903 lieten fotograferen, mogelijk als verrassing voor hun ouders toen die 10 jaar getrouwd waren. Sophie draagt een zelfgemaakte jurk, zo schreef ze achterop de foto.

Fotograaf William aan de Damstraat legde de gezusters Drost op een bijzondere manier vast in 1903. Drost-archief DB 0326.

Eveneens in 1903 werd een portretfoto gemaakt van Sophie en Mies. Opvallend is het verschil in gelaatsuitdrukking tussen de foto’s van de meisjes op de foto hierboven en hieronder. Ze werden in hetzelfde jaar genomen. Op de bovenste foto zien de meisjes eruit naar hun leeftijd, maar op de laatste opname lijken de zusjes een stuk ouder dan 14 en 16 en is trouwens duidelijk de Franse inslag te zien in de gezichten. Het Krone-bloed is hier onmiskenbaar aanwezig en zou zich in latere generaties regelmatig manifesteren.

Mies en Sophie Drost gingen tijdens een bezoek aan hun stiefnichtjes Catharina en Wilhelmina Haak in Dordrecht in 1903 bij de fotograaf lang.
Drost-archief DB 0553.

Wat verder opvalt bij veel foto’s van vroeger is dat er haast nergens een glimlachje af kon. Zo deed men nu eenmaal in die jaren. Zeker mensen van goede stand kwamen nogal eens trots en afstandelijk over. Maar ook in de dagelijkse conversatie hielden mensen uit de betere kringen afstand of onderscheidden zich, bijvoorbeeld door te converseren in het Frans. Zo ging men ter kerke in de Waalse Kerk waar de diensten in het Frans werden gehouden, zodat het gewone volk er wegbleef. Ter kerke gaan in de Walenkerk werd in zekere kringen als statusbevestigend gezien. Verder waren er legio kranten waarin de betere zaken hun ‘advertentieën in ’t Fransch’ plaatsten. Raar eigenlijk, de arme sloebers die het aangeboden moois bij lange na niet konden betalen, kochten zelden of nooit een krant en lazen vaak nauwelijks behoorlijk Nederlands, laat staan Frans. Wel tekenend voor de tijd. Laten we niet vergeten dat mensen met socialistisch gedachtegoed als Troelstra de kop opstaken en de bezittende klasse er alles aan deed datgene te behouden wat ze had. Onderscheid vergroten was een van die middelen in die dagen bij de families die zichzelf respecteerden en dat deden de Drosten. Hoe kon dat ook anders als je de Prinsengracht had ingeruild tegen de Keizersgracht? Want in 1902 had vader Drost een pand aangekocht aan de statige Keizersgracht. Inmiddels waren de Drosten welgestelde mensen geworden waarover met respect werd gesproken en die in aanzien stonden. De Drosten waren tot de betere kringen van Amsterdam gaan behoren.

Deze plattegrond uit 1900 laat vijf van de tien Amsterdamse locaties zien waar het gezin van Johannes Drost woonde en wanneer.
Deze plattegrond is interactief en kan de bijbehorende adressen tonen.

Jongste zoon Han bracht zijn kinderjaren aan de Keizersgracht door waar zijn moeder Anna hem al haar liefde gaf. Deze vrouw die het verlies van haar vorige twee zoontjes had moeten doormaken, moet haar Hannetje met alle mogelijke zorg hebben omringd, hetgeen alleszins begrijpelijk was. Het knaapje bleef zijn leven lang een warme herinnering bewaren aan zijn moeder met wie hij altijd een speciale band had.

    

De jonge Han Drost, gefotografeerd in 1903 en 1904. Drost-archief DB 0182, 0183 en 0323.


Top

Hoofdstuk 6     Welkom & Uitleg     Genealogie    Hoofdstuk 8

Copyright
De auteur verleent toestemming tot het overnemen van tekstgedeelten uit dit digitale boek en beeldmateriaal uit het Drost-archief, mits voor niet-commerciële, educatieve of wetenschappelijke doeleinden en met vermelding van auteur en website.