Hoofdstuk 7     Welkom & Uitleg     Genealogie     Hoofdstuk 9

Bert Bolle

 

Hoofdstuk 8

Een Tijd van Bloei - Bruidssuikers voor de Suikerbaron - I

De jongens stichten hun gezinnen

 

H o o f d s t u k k e n w i j z e r
___________________________________________________


De kinderen Drost in december 1905 op de foto die ze zouden aanbieden bij het 12½ jarig huwelijk van hun vader en (stief)moeder.
Deze interactieve foto kan namen van personen tonen en hun plaats in de genealogie.

Johan Drost sr had in 1902 een pand aan de Keizersgracht 788 gekocht, tussen de Utrechtsestraat en de Amstel. Het was vanuit dit grachtenpand dat de meesten van zijn kinderen zouden uitvliegen. Inmiddels had broer Henk, oprichter en medefirmant van Ronge en Drost, zich in het Gooi teruggetrokken. Johan sr dreef de zaak aan de Prinsengracht 549 nu in hoofdzaak met zijn beide zoons die omstreeks 1900 een tijd in Duitsland praktijkervaring hadden opgedaan. De firma Ronge en Drost had reeds toen telefoon, zij het in het woonhuis van Johan. ‘Ronge en Drost, Prinsengracht 971, commissionairs in suiker, tel. 1359’ laat het adresboek 1899-1900 zien.

Begin 1913 betrok Johan Drost sr het zakenpand Prinsengracht 549 dat hij eind 1912 had gekocht van Andriaan Verwer. Het pand werd meteen verbouwd en twee jaar later nog eens. Er zouden twee klerken in dienst komen die beiden een lessenaar kregen toegewezen waar staand aan moest worden gewerkt. Een van die lessenaars was na WO II nog steeds in gebruik.

De firma Ronge en Drost beleefde zijn gloriejaren en de vruchten daarvan werden door de Drosten met smaak gesavoureerd. De familie kocht antiek en kunst, waarbij Nederlandse 19de-eeuwse schilders als Eversen, Vertin en vader en zoon Schulman favorieten waren. Maar ook een schilderstuk van een grote meester als Rembrandt werd door de familie Drost verworven. De taxatielijst die werd opgesteld na het overlijden van Johan sr was indrukwekkend lang. Het moet de Drosten in die jaren zeer goed zijn gegaan. Begin 1906 was er reden tot extra feestvreugde, want toen waren vader Johan en zijn Anna 12½ jaar getrouwd.

In het Algemeen Handelsblad werd de heuglijke viering aangekondigd door Herman Haak, de broer van Anna. Of de organisatie van het feest allemaal wat veel is geworden voor Herman, is niet bekend. Feit is wel dat hij nog geen drie maanden later overleed...

Het bedrijfspand Prinsengracht 549 was zeker niet het enige pand dat Johan sr in bezit had. Hij bezat er alleen al aan de Prinsengracht nog zeven, maar daar bleef het niet bij. Zoals het een beter gesitueerde familie betaamde, hadden ook de Drosten een zomerverblijf in het Gooi. Beter gezegd, er waren er twee en het kan zijn dat er zelfs meer waren, bijvoorbeeld in de naburige dorpen, zolang er maar een tram of trein doorheen reed. Zoals zoveel Amsterdammers waren ook de Amsterdamse Drosten gecharmeerd van Hilversum en omstreken en omstreeks 1900 had vader Johan twee vrijstaande villa’s gekocht aan de Soestdijkerstraatweg. Je liep binnen vijf minuten naar het kleine maar handige station aan de spoorlijn Utrecht-Hilversum dat in die jaren nog Station Amersfoortsche Straatweg heette, want al resideerde je buiten de stad, je behoorde als zakenman een korte navelstreng te behouden met de hoofdstad. Beide panden waren van die typische Hilversumse thee-met-koek-villa’s, staande in het zuidelijk deel van Hilversum, een buurt waarin de auteur met zoveel genoegen opgroeide. Nummer 10 heette La Tourelle en was zowaar van een torentje voorzien. Nummer 12 heette Villa Rosmade. Beide panden waren bedoeld als zomerverblijf van de Drosten, maar men treinde er al heen zodra het weer ook maar een beetje opklaarde. De dienstmeiden en andere personeelsleden reisden dan mee. De zich razendsnel ontwikkelende industrialisatie die het ontwaakte Amsterdam doormaakte was dan wel goed voor de inkomsten in de suiker, maar niet voor de longen. Al die treinen, fabrieken en andere luchtvervuilers maakten de stad er bepaald niet gezonder op. Het Gooi had van die expansiedrift aanzienlijk minder last en er was overal rust en ruimte. Rond Pasen 1905 was de familie dan ook present in La Tourelle.

De panden Soestdijkerstraatweg 10 (rechts) en 12 (links) in Hilversum, april 1905. Aan het hek staan v.l.n.r. Sophie, Han en Femme. Drost-archief DB 1736.

Ook de oude liefde voor het Gooise dorp Laren werd levend gehouden. Johan sr was er geregeld met zijn eerste vrouw Sophie geweest en dan werd er steevast de boerderij betrokken aan de Torenlaan, thans bekend als nummer 9. Tijdenlang was de familie onkundig van het feit dat de oude boerderij er nog stond, maar omstreeks 1908 had Johan sr die boerderij geschilderd en aan de hand van dat schilderij wist de auteur het pand te traceren. Johan had minstens twee en mogelijk meer exemplaren vervaardigd, maar er zijn er twee aanwezig in de familie. Een ervan werd door Chris Buiten geschonken aan Ethne, de echtgenote van de auteur ter gelegenheid van haar 50ste jaardag. Het had toebehoord aan Chris’ partner Chas Drost die het van zijn vader had geërfd. Deze op zijn beurt had het geërfd van zijn vader die het prachtig had laten inlijsten.

Dit schilderij komt uit de collectie van de schilder en werd vervaardigd op een hardboard paneeltje van 22 x 14,5 cm.

Dit exemplaar werd geschilderd op een paneeltje van triplex voor een van de familieleden. Gesigneerd: J. Drost. Gedateerd: 2 februari 1908. Foto Drost-archief DB 1751.

Tijdens het onderzoek in Laren naar de locatie van de boerderij kwam aan het licht dat er begin 20ste eeuw een ansichtkaart in omloop was gekomen met daarop hetzelfde boerderijtje onder precies dezelfde hoek en het is duidelijk dat deze kaart onze Drost-schilder als voorbeeld heeft gediend. Hij zal de kaart na thuiskomst in Amsterdam of in Hilversum op zijn gemak hebben nageschilderd en kon zodoende ook makkelijker enkele extra exemplaren maken. Een van zijn werkstukken dateerde hij met 1908.

De Larense ansichtkaart van Torenlaan 9.

 

Amsterdams bruisende muziekleven

Het Concertgebouw als achtergrond bij een reclamefoto uit 1905.

Bron: Stadsarchief, inv. 010003017241.

In 1888 opende het Amsterdamse Concertgebouw zijn deuren. De beroemde muziektempel was gebouwd aan de van Baerlestraat, toen nog gelegen aan de rand van de stad.

Willem Mengelberg.

Bron: Wikimedia Commons.

Onder de Nederlander Willem Kes, de eerste dirigent die aantrad, kreeg het Concertgebouworkest zijn vorm, zijn professionaliteit en zijn allure, niet het minst geholpen door de prachtige akoestiek van het nieuwe gebouw.

Willem Mengelberg nam in 1895 het dirigeerstokje overgenomen van Willem Kes. Mengelberg was niet alleen dirigent maar tevens directeur van het Concertgebouw. Als begenadigd dirigent had hij een goede neus voor het binnenhalen van wereldberoemde solisten en componisten. Gustav Mahler was een van hen en de twee raakten bevriend. Zo reisde Mahler meermalen naar Nederland en noemde het zijn tweede vaderland.

Gustav Mahler.

Bron: Wikimedia Commons.

Mahler werd in 1860 geboren in Bohemen. Hij componeerde onder meer tien symfonieën en enkele orkestliederen. Tevens was hij een uitstekend dirigent en was hij jarenlang directeur van de Weense Opera. Zijn muziek was, voorzichtig gezegd, spraakmakend. Hoewel hij de klassieke symfonievorm nooit losliet, sloeg hij nieuwe wegen in door het op geheel eigen wijze verbinden van zang met instrumentale muziek en een grote nadruk te leggen op klankkleur. Daarbij deinsde hij er niet voor terug zijn werken tot aan de rand van de tonaliteit te brengen. Het maakte zijn muziek uniek en hoewel men pas later alom de volle rijkdom en diepgang van zijn muziek heeft leren waarderen, waren zijn composities tijdens zijn leven nogal eens omstreden. Zoiets is nu eenmaal het onafwendbare lot van menige briljante nieuwlichter die het steeds weer moet opnemen tegen de kleinburgerlijkheid van de elite die het liefst alles bij het oude laat.

Maar het Amsterdamse publiek was open voor vernieuwing en gaf deze gastcomponist en dirigent de ruimte die hij in de omringende landen niet altijd kreeg. Dank zij de lucide geest van Mengelberg konden de Amsterdammers in de eerste jaren van de 20ste eeuw naar het Concertgebouw komen om van de werken van zijn grote vriend Gustav Mahler te komen genieten.

In oktober 1904 ging Mahlers Vierde Symfonie in Amsterdam in première. Mengelberg had bij wijze van experiment de hele symfonie tot tweemaal toe op het programma gezet, een keer voor de pauze en een keer erna. Dat experiment slaagde en de première werd een doorslaand succes, al was en bleef die symfonie een waagstuk in die tijd. Luister naar een fragment van het prachtige vierde deel van deze symfonie, gespeeld onder Bernard Haitink in 1983, de eerste CD die de auteur ooit aanschafte en die nog steeds bij hem met stip aan de top staat van de werken van zijn lievelingscomponisten.

Mocht bovenstaande muziekspeler niet werken, probeer dan de volgende.

Johannes

Johan jr was de oudste en zou ook als eerste in het huwelijk treden, maar voor het zover was zou zijn liefdespad eerst een richting opgaan die niet geheel strookte met het beeld dat zijn vader en stiefmoeder voor ogen hadden van de vrouw van een jonge veelbelovende commissionair. Voor hun oudste zoon en opvolger was het beste nog niet goed genoeg. Zo’n vrouw diende liefst ook uit een commissionairsfamilie te komen en naadloos aan te sluiten op het chique en de welstand van een familie die aan de Keizersgracht woonde.

 

De viszaken van de gebroeders Rienstra, begin 20ste eeuw. Links: IJ. Rienstra met levensgrote heilbotten. Rechts: de zaak van J. Rienstra aan het Leidseplein.

Bron: Collectie Spaarnestad Photo, inv. SFA001021571 en SFA002000525.

Dat laatste kon nu niet bepaald worden gezegd van Johannes Rienstra die een vishandel dreef aan het Leidseplein no. 10, een goed lopende zaak in Amsterdam. De eigenaar had zelfs een boekje uitgegeven Voortaan Visch op den Disch door J. Rienstra - ‘Visch de beste die er is!’ De man verkocht excellente vis die bij menige welgestelde Amsterdammer de keel mocht binnenglijden en de heer Rienstra had een dochter die in de zaak hielp. Die dochter was een bloedmooie meid en dat was de jonge Johan Drost blijkbaar niet ontgaan. Ergens in 1904 moet het zijn geweest dat hij de vishandel aan het Leidseplein in toenemende mate frequenteerde. Uiteindelijk kreeg de liefde hem helemaal te pakken en legde hij het stevig aan met de schone visverkoopster. De jongedame Rienstra vond het blijkbaar allemaal best.

Alida Hessels, 1904.

Archief: DB 0516.

Maar Johan Drost senior vond het helemáál niet best... Dat kwam al snel aan het licht toen Johan zich voor het eerst bij zijn ouders vervoegde met zijn vlam om zijn toekomstplannen te ontvouwen. Toen was de boot aan. Johan jr prees zijn grote liefde en de zaak van haar gerenommeerde vader de hemel in, maar vader Drost had zijn oordeel klaar. Zijn oudste zoon met de dochter van een visboer? Geen denken aan. Binnen de kortste keren had je de hele familie op stal. Waar moest je over praten met die mensen? Over vis? Jákkes! Zulk discours paste toch in het geheel niet bij een deftige familie aan de Keizersgracht? Zoonlief werd dan ook van zijn drieste huwelijksplannen afgebracht. Mokkend gaf Johan zijn plannen op. Zoiets kon toen nog, rond 1905...

Of de volgende amoureuze ontdekkingstochten van zoonlief al dan niet op de achtergrond door vader werden geregisseerd of bijgestuurd is niet overgeleverd, maar het duurde niet lang of Johan was weer op vrijersvoeten. In de jaren dat hij in opleiding was, was hij regelmatig over de vloer gekomen bij een relatie van zijn vader, Johan Hessels die ook commissionair was en aan de Korte Prinsengracht kantoor hield. Vader en moeder Hessels hadden een dochter, Alida Emmerentia Johanna geheten die een paar jaar jonger was dan Johan.

In 1895 vertrok het gezin Hessels naar Hilversum. Alie groeide daar op als dochter van welgestelde ouders. Ze was enig kind en het zal haar aan weinig ontbroken hebben. Veel werd er voor haar gedaan door de tien hulpen die het reilen en zeilen van huize Hessels gaande hielden, maar Alie groeide niet in ledigheid op. Ze leerde goed omgaan met naald en schaar en kreeg van haar moeder wijze lessen mee over wat je wél en wat je vooral niet aan je personeel moest overlaten, zoals het poetsen van het zilver. Dat deed de vrouw des huizes zelf. Verder werd haar met de paplepel de liefde voor mooie oude dingen ingegoten en van haar vader leerde ze het kopen op veilingen en markten.

  

Alie Hessels en Jo Drost in 1906. Drost-archief DB 0165 en DB 0164.

Hoewel Alida in 1895 met haar ouders naar Hilversum verhuisd was, bleef er regelmatig contact tussen de families Drost en Hessels, alsook tussen Johan en Alie. Dat contact vlamde kort na Johans bakvissenliefde weer op, en na enige tijd waren er twee jonge mensen die elkaar regelmatig bezochten. De een woonde in Hilversum en de ander in Amsterdam. Gelukkig reden er veel treinen...

Verlovingskaartje uit 1906 van Jo en Alie.

Jo en Alie verliefden op elkaar in 1905 en verloofden zich in 1906. De hieronder afgebeelde ansichtkaart stuurde Alie haar verloofde een paar maanden voor hun huwelijk. Kennelijk vond Alie het lijfelijk contact met haar verloofde belangrijker dan het schriftelijke, want Jo’s woonadres zat kennelijk niet goed in haar hoofd. En dus schreef ze Keizersgracht 88 in plaats van 788. De hoofdstedelijke Tante Pos had het er maar druk mee...

 

De ansichtkaart die niet op tijd aankwam... Alie ondertekende met: “Van je liefste Alie zegge Mop”. Het woord ‘zegge’ was een knipoog naar de nep-cheque met Duizend Groeten die ze haar verloofde had gestuurd. Drost-archief DD 167.

Het was zomer 1907 toen ze trouwden in Hilversum. Voor zaken als meubilair en de uitzet werd er in de hoofdstad gewinkeld, en er werd een bezoek gebracht aan de firma Schröder. De ouders van bruid en bruidegom waren geen van allen onbemiddeld, dus de keuze was navenant. In de etalage stond gedurende een week een bordje met de trotse tekst: ‘Trousseau van mejuffrouw A. Hessels te Hilversum, verloofde van de Heer Jo Drost jr, commissionair en ville’. Het was duurbetaalde chique, maar met de bruid kon de familie heel wat beter geuren dan met de dochter van een vishandelaar. De eer van de Drosten was gered.

Drost-archief DD 011.


 

Trouwfoto van Jo en Alie. Fotograaf Middendorp was destijds een der beste fotografen van Hilversum. Drost-archief DB 0005.

Alie trouwde keurig uit haar ouderlijk huis aan de Wilhelminastraat in Hilversum. Het was fraai weer op de 27ste augustus 1907, alleen ontbrak Johan Hessels, de vader van de bruid, waarschijnlijk om gezondheidsredenen. Het jonge paar had een advertentie geplaatst voor een huurwoning en ging in Amsterdam wonen.

De advertentie waardoor het adres aan het da Costaplein 13h in Amsterdam kon worden betrokken. Drost-archief: Knipselboek 2.

Er was een nette huurwoning gevonden aan het da Costaplein. Daar werd in 1909 zoon Johannes Charles geboren die als John door het leven zou gaan. Zijn naam was opgebouwd uit twee families: die van Drost en Krone. De naam Johannes kwam van zijn vader, grootvader en overgrootvader Drost, en de naam Charles refereerde aan zijn oom, de lievelingsbroer van zijn vader alsmede aan zijn overgrootvader Krone en last but not least aan stamvader Johannes Krone, vader van Nicolaus, de militair uit het Hessische Hofgeismar, korporaal in het Dragonder Regiment van Prins Frederik II, maar of de ouders van John dát allemaal wisten, is hoogst onwaarschijnlijk.

Eind juli 1910 kwam dochter Sophia Alida Louise die Fietje werd genoemd. De naam Sophia kwam van haar grootmoeder Krone, Alida kwam van haar moeder en grootmoeder Schut, en Louise zal afgeleid zijn van haar stiefoma Anna Louisa Haak.

Amsterdam, oktober 1910. Alie met de anderhalf jaar oude Johnny en de pasgeboren Fietje. Drost-archief DB 0520.

Amsterdam, oktober 1910. Alie met Johnny en met Fietje in de kinderwagen. Drost-archief DB 0557.

Fietje en Johnny Drost, eind april 1912. Drost-archief DB 0518.

Toen eind 1910 Alida Schut overleed, erfde dochter Alie een niet onaanzienlijk kapitaal. Reeds een paar maanden later werd het toch wat volks gelegen da Costaplein ingeruild voor een woning in de duurdere en chiquere van Breestraat, pal om de hoek bij het Concertgebouw, maar al spoedig werden de plannen alweer bijgesteld en besloot de familie in het ruime en rustige Hilversum te gaan wonen. Er was door de riante erfenis genoeg ruimte ontstaan om gepaste afstand te nemen van de grote stad en de rinkelende wekker. Voor de kinderen zou de frisse lucht heerlijk zijn en voor Jo was immers de druk van de ketel om elke dag in alle vroegte present te moeten zijn in de zaak die hij met zijn vader en zijn broer Charles dreef. En ach, als hij naar de Beurs wilde had hij alle tijd om de trein te pakken. Ze zouden een koets kopen, zodat er niet ver gelopen hoefde te worden.

Fietje en Johnny Drost, Hilversum 1913. Drost-archief DB 1637.

De liefde voor Hilversum zat er bij beide echtelieden ingebakken. Alie had er heerlijke jaren doorgebracht vanaf haar tienertijd tot aan haar huwelijk. Als dochter uit een welgesteld gezin werd zij door haar vriendinnen wel eens gekscherend het rijkste meisje van Hilversum genoemd. Ze woonde in een van de statige huizen aan de Wilhelminastraat nabij het station, gebouwd rond 1895, het jaar dat haar ouders uit Amsterdam naar Hilversum waren gekomen. Eerst had het gezin aan de Spoorstraat gewoond, ook al vlakbij het station. Wie de navelstreng met Amsterdam levend wilde houden, ging bij voorkeur niet te ver van een station af zitten.

Villa Alida, voorheen Villa Rosmade aan de Soestdijkerstraatweg 12 in Hilversum. Drost-archief DB 0558.

Johannes jr en zijn Alida hadden hun oog laten vallen op Villa Rosmade, een van de zomerresidenties van de Drosten, het pand Soestdijkerstraatweg 12. Daar vestigden ze zich in april 1912 om er tot 1919 te blijven. Villa Rosmade werd snel omgedoopt in - hoe kan het ook anders - huize Alida. In de herfst van 1913 kwam de tweede zoon van Alie en Jo ter wereld, Eduard Frans. De herkomst van de naam Eduard blijft onduidelijk, maar die van Frans zal zeker hebben gerefereerd aan bakker Johann Franz, de zoon van korporaal Nicolaus Krone. De jonge Ed groeide met John en Fietje op in een heerlijke omgeving. Het huis was ruim en had een grote tuin van waaruit je zomaar naar de hei kon lopen. Een paradijs voor kinderen, en de auteur kan ervan meepraten want die woonde van zijn geboorte tot zijn 25ste aan diezelfde hei.

Opa Hessels op bezoek. Het jonge gezin Drost aan de Soestdijkerstraatweg 12 in Hilversum, 1914. Drost-archief DB 0519.
Deze interactieve foto kan namen van personen tonen en hun plaats in de genealogie.

Drost-archief DB 0559

Pater familias Johan Drost en zijn Anna pendelden in die jaren tussen Amsterdam en Hilversum. Hij belegde onder meer in panden en zo kocht hij regelmatig ook een huis in Hilversum. Dat had hij niet alleen op de Soestdijkerstraatweg gedaan, maar ook op de Oranjelaan. Dat werd eerst als zomerverblijf aangehouden, maar al spoedig zou het huis tot permanente woning gaan dienen, totdat de villa op de ’s-Gravelandseweg werd betrokken, eind 1917.

In 1914 woonden er nog twee kinderen thuis. Dat was Han die toen 14 jaar oud was en zijn halfzuster Femme, de verloofde van Henk Alberts. Zij zouden het jaar erop trouwen. Han zat op de Hilversumse HBS aan de Schuttersweg.

Han met Femme staande achter Anna en Johan Drost in de tuin van Oranjelaan 9 in Hilversum in de zomer van 1914. Drost-archief DB 0319.

Zelfportret van Alie en Johnny in de American Automatic Fotografie in Amsterdam, eind 1914. Drost-archief DB 0008.

Aan het strand van Muiderberg in 1915. Achter Alie Drost zit Greet Boddéus, de huishoudster van Henk Drost (de Zitreus). Drost-archief DB 1833.

Achterin de tuin stond een hok waarin Herr Oscar huisde, de privé-ezel van de kinderen Drost. De ezel was uitgerust met een heus ezelwagentje en zo nu en dan mochten de kinderen zelfs een ritje maken op Herr Oscars rug. Vader Jo had er een gewoonte van gemaakt om iedere ochtend naar de ezel toe te lopen en dan luid en duidelijk de vraag te stellen: ‘Herr Oscar, lebst Du noch?’, waarop het beest steevast een klagend ‘ie-joaaaaah’ liet horen. Zijn halfbroer Han die regelmatig op bezoek kwam, moest daar altijd hartelijk om lachen.

  

1916. Herr Oscar met de kinderen achter het huis aan de Soestdijkerstraatweg 12. Drost-archief DB 0562 en 0163.

Ritje per koets door het Bos van Bredius bij Naarden op 1 augustus 1916. Alie Drost noemt de kinderen op met hun leeftijden en zelfs het paard De Bruin wordt niet vergeten. Oma Anna Drost-Haak rijdt mee. Op de bok zit koetsier Karel Petrus. Drost-archief DB 0029.

Het uitstapje naar het Bos van Bredius was ter viering van de jaardag van Johan Drost sr. Drost-archief DB 0183
Deze interactieve foto kan namen van personen tonen en hun plaats in de genealogie.

Jo en Alie Drost maken samen een uitstapje. Ditmaal mag het paard Dolly mee. Achterop zit koetsier Karel Petrus. Drost-archief DB 0028.

Sinterklaas bezoekt de Drosten in 1916. Instappen bij het koetshuis van de familie Petrus aan de Koningsstraat. Volgens de notities van Alie was het mevrouw Petrus die als Sinterklaas verkleed ging. Wie weet. Sinterklaas is nu eenmaal een feest vol verrassingen. Drost-archief DB 0312.

Sneeuwpret langs de Stadhouderslaan in Hilversum. ‘Ter Herinnering aan den strengen winter’ schreef Alie bij de foto. Drost-archief DB 0162.

De Hilversumse fotograaf J.J. Kok schoot deze plaat van de drie kinderen Drost in de zomer van 1917. Drost-archief DB 0025.

Jo en Alie hadden, zoals de meeste gegoede families, een eigen koets. Die stond gestald aan de Koningsstraat bij de familie Petrus in de stalhouderij naast de plek waar later het RKZ zou worden gebouwd. De familie Petrus werd dan door de familie opgescheld, waarna vader of zoon Petrus ervoor zorgden dat de koets op de gewenste tijd voorreed. Met deze equipage werd vervolgens de rit gemaakt naar het grote station of naar de winkels, want een Drost bedankte ervoor te lopen als de afstand groot en vermoeiend was. Dikwijls ook werd er een ommetje gemaakt naar Gooilust of het Bos van Bredius. Ook de vader en stiefmoeder van Jo hadden hun eigen rijtuig. Die waren in 1917 definitief in Hilversum komen wonen. Eerst aan de Oranjelaan, en korte tijd later aan de ‘s-Gravelandseweg.

In maart 1918 werd de jongste telg van het gezin van Jo en Alie geboren: Hendrik Andries. Met de naam Hendrik werd de boreling vernoemd naar zijn oudoom Hendrik Drost, de man die aan de wieg stond van de firma Ronge en Drost. De naam Andries kwam van zijn oom Andries van Ellinkhuizen, de echtgenoot van zijn tante Fie. Het knulletje werd Henne genoemd, maar dat werd al spoedig Henk die later een prachtige zangstem zou blijken te hebben.

Hendrik Andries Drost op 6 augustus 1918. Drost-archief DB 0013.

Johnny, Fietje en Eddy met hun broertje Henk, zomer 1918. Drost-archief DB 0171.

Eddy in de zomer van 1918. Drost-archief DB 0443.

In 1919 waren Jo en Alie met hun gezin verhuisd naar de Vaartweg. Dat huis had niet zo’n grote tuin als ze gewend waren geweest aan de Soestdijkerstraatweg. Herr Oscar de ezel kon niet mee en moest worden verkocht. Het huis aan de Vaartweg had slechts een smal looppad naast het huis om naar achteren te komen en ook de voortuin was aanzienlijk kleiner. Kennelijk was dit pand een soort tussenstation naar hun latere woning op de Hollandschelaan die aanzienlijk ruimer was en een grotere tuin had.

De tuin was kleiner geworden maar de kinderen werden steeds groter en tijdens de zomervakantie kon de familie best wat meer ruimte en afwisseling gebruiken. Het oog was op Zandvoort gevallen en zo werd er in 1919 een huisje gehuurd in die badplaats. Vader Jo reisde dan regelmatig naar zijn werk in Amsterdam. Dit ritueel heeft zich heel wat jaren herhaald. Het leegstaande huis aan de Vaartweg werd in die jaren betrokken door Charles, de broer van Jo Die woonde immers in de ongezonde stadslucht van de hoofdstad en vond de sprong naar Hilversum op zich al een verademing. Intussen vermaakten Jo, Alie en de kinderen zich uitstekend aan zee.

Het complete gezin Drost in Zandvoort in 1919. Drost-archief DB 0317.

John, Henkie, Fietje en Eddy in een studio in Zandvoort in 1919. Drost-archief DB 0019.

Een soortgenoot van Herr Oscar met de drie Drostenkinderen op zijn rug in 1919. Drost-archief DB 0202.

Nicolas Charles

Over Johans jongere broer Charles is minder overgeleverd en al helemaal niets over zijn amoureuze ervaringen gedurende de jaren voordat hij Jeanette Gijsberta Groen ontmoette. Ook Charles was na een gedegen opleidingsperiode in de zaak van zijn vader en zijn oom Henk beland, al had deze laatste zich langzamerhand teruggetrokken uit de zaak. Deze oprichter van de firma Ronge en Drost was de zestig gepasseerd, in 1900 weduwnaar geworden en in Hilversum gaan wonen. De zaak werd nu in hoofdzaak gedreven door Charles, zijn broer Johan en hun vader.

  

Jeanette Groen omstreeks 1910. Drost-archief DB 1681 en 1683.

In 1907, het jaar dat zijn oudere broer Johan trouwde, ging ook Charles het ouderlijk huis aan de Keizersgracht verlaten en verhuisde naar een kamer bij de familie Groen aan het Sarphatipark. Hun zoon Ko was stuurman op de grote vaart. De dochter de huizes, Jeanette was verloofd met een jongeman die werkzaam was op een suikerplantage in de omgeving van Semarang in voormalig Nederlands Oost-Indië. Deze verloofde kwam door vergiftiging te overlijden en zo gebeurde het dat Charles die het hele drama in huize Groen van nabij meemaakte, een steeds hechtere band kreeg met Jeannette die uitmondde in een verloving.

  

Jeanette en Charles omstreeks 1910. Drost-archief DB 0172 en 0173.

In 1911 trouwden ze en ook van dat huwelijk is behalve enkele trouw- en portretfoto’s niets bewaard gebleven van een een foto van een feest of van een feestprogramma. Dat het een groot feest zal zijn geweest, mag worden aangenomen, want Charles Drost wist van wanten als het op feestvieren aankwam. Die pakte dat soort zaken groots aan. Ook van de trouwfoto werd iets moois gemaakt. Onderstaande foto is zo ongeveer de enige uit het Drost-archief waar bruidsmeisjes op te zien zijn. Maar helaas bleven de overige herinneringen aan die feestelijke dag in nevelen gehuld. Te vrezen valt dat deze al te feestelijke memorabilia na het spoedige overlijden van de bruid zullen zijn weggegooid.

Bijzondere trouwfoto, genomen op 21 december 1911. Drost-archief DB 0427. Het bruidsmeisje links is Hanna den Hartog, een nichtje van de bruid.

Charles en Jeanette gingen wonen in de Banstraat, een nieuwbouwwijk in de buurt van het Concertgebouw. Meubileerinrichting Het Woonhuis aan de Vijzelstraat mocht de complete inrichting leveren. De rekening bedroeg het voor die tijd fikse bedrag van ruim zeventienhonderd gulden, maar daar werd dan ook wel een indrukwekkende lijst aan goederen voor geleverd. Het meubilair verhuisde steeds mee met het gezin van Charles en belandde uiteindelijk in de van Mierisstraat waar het is gebleven.

Drost-archief DD 071.

Er werd een luxueus in goud op snee uitgevoerd fotoalbum gekocht waarin de op karton geplakte foto’s van het formaat carte de visite of cabinet konden worden gestoken in een holte achter voorgestanste venstertjes, een modeartikel dat spoedig zou worden overvleugeld door het bekende album waar de foto’s gewoon op de pagina’s moesten worden geplakt maar waar veel meer foto’s in konden omdat er geen dikke kartonnen opbergpagina’s meer nodig waren.

Het album van Charles en Jeanette Drost-Groen uit 1911.

Tijdens het eerste huwelijksjaar van het kersverse echtpaar deed vader Johan Drost zich op ouderwets-patriarchale wijze gelden. Hij was het er niet mee eens geweest dat het jonge stel de Banstraat had verkozen. Die straat lag immers veel te ver weg van zijn eigen woongebied in de oude stad. Senior vertikte het om zijn zoon en schoondochter met een bezoek te vereren en heeft zich in de Banstraat dan ook nooit laten zien...

Drost-archief DD 185.


De in 1912 betrokken woning aan de Nassaukade zal ongetwijfeld beter in de smaak zijn gevallen bij de pater familias. Daar kwam de zoon van Charles en Jeanette ter wereld, vernoemd naar zijn vader én zijn grootvader, Nicolas Charles Krone. Het knulletje werd Chassie genoemd, en op latere leeftijd Chas.

    

De gelukkige ouders met hun Chassie in de zomer van 1912. De andere foto’s werden mogelijk genomen na het overlijden van Jeanette. Rechts Chassie met de baker.
Drost-archief DB 1723, 1761 en 1655.

Lang zou Chassie zijn moeder echter niet mogen hebben. Slechts een goede zes maanden na zijn geboorte kwam ze ‘na eene kortstondige ongesteldheid’ te overlijden. Charles was inmiddels met zijn gezin boven de zaak van Ronge en Drost gaan wonen aan de Prinsengracht 549, een pand dat kort tevoren door vader Johan Drost was aangekocht voor de zaak.

De zaak van de firma Ronge en Drost aan de Prinsengracht 549 (pand rechts met twee balkons). Drost-archief DB 0117.

Drost-archief DD 186.

Net als tegenwoordig was begraven ook toen gouden handel voor de begrafenisondernemer. Drost-archief DD 072.

Natuurlijk wilde de jonge weduwnaar Charles niet alleen blijven en ook voor zijn zoontje zou het goed zijn als er weer spoedig een normale gezinssituatie zou komen. Het leven in een kosthuis was ook niet alles, noch voor Charles, noch voor Chassie.

    

Amalia Gläfke in 1895, 1906 en 1909. Drost-archief DB 1689, 1692 en 1693.

Nog in hetzelfde jaar knoopte hij een relatie aan met Amalia Henriëtte Gläfke, dochter van een slager aan de Plantage Middenlaan. Mogelijk kenden ze elkaar al voordat Jeanette overleed, want ze was al snel opgenomen in de familie. Toen in december 1913 Charles’ jongste zuster Mies in het huwelijk trad, stond Amalia op het Feest-Programma in ieder geval prominent aangekondigd als de Hollandsche Soubrette Mademoiselle Glafkaskie.

    

Chassie tussen zijn vader en zijn aanstaande stiefmoeder in. Helaas gold dat ook in figuurlijke zin...
Drost-archief DB 0174, 0184 en 0175.

Charles en Amalia trouwden in 1915 en gaven ter gelegenheid daarvan twee klinkende ontvangsten, een Grand Diner Musical ter gelegenheid van hun ondertrouw op 20 april 1915 en een Dejeuner Dinatoire op hun trouwdag op 6 mei, beide in de Grote Feestzaal van Artis. Van beide gebeurtenissen zijn de menukaarten overgebleven en een foto.

Bruidspaar Drost-Gläfke op 6 mei 1915. Drost-archief DB 1716.

Het kersverse echtpaar kreeg in 1916 een zoon, Frederik Hendrik, vernoemd naar zijn grootvader, slager Henrich Friederich Gläfke. Amper een jaar later kwam Willem Johan. Chassie was niet meer alleen. In korte tijd had hij immers Fred en Wim als speelkameraadjes erbij gekregen.

Amalia met de pasgeboren Wim, Chassie op tafel en Charles met Fred op schoot. Herfst 1917. Drost-archief DB 0428.

In de lente van 1918 nam Amalia de drie jongetjes naar de fotograaf. Drost-archief DB 1840.

Amalia en Charles waren fervente fietsers. Hier bezoeken ze met Chassie het Bos van Bredius in augustus 1919. Drost-archief DB 0244.

Intussen woonde het gezin van Johan Drost sr alweer enkele jaren permanent in Hilversum. Voor Han was het wonen aan de Oranjelaan ideaal, want de HBS lag op loopafstand van zijn huis. Eind 1917 verhuisde het gezin Drost naar de ’s-Gravelandseweg, in een villa tegenover de plek waar later de AVRO-studio werd gebouwd. Han doorliep de HBS zonder problemen en deed er eindexamen. Hij was nu de enige die nog bij zijn ouders thuis woonde. Over het uitvliegen van zijn halfzusters gaat het volgende hoofdstuk.

Han Drost in 1918. Drost-archief DB 0311.

Top

Hoofdstuk 7     Welkom & Uitleg     Genealogie     Hoofdstuk 9

Copyright
De auteur verleent toestemming tot het overnemen van tekstgedeelten uit dit digitale boek en beeldmateriaal uit het Drost-archief, mits voor niet-commerciële, educatieve of wetenschappelijke doeleinden en met vermelding van auteur en website.