Genealogie Welkom & Uitleg Hoofdstuk 4


Bert Bolle
H o o f d s t u k k e n w i j z e r
___________________________________________________
D I A P R E S E N T A T I E
Wilt u terug naar de bewegende diapresentatie in Hoofdstuk 4? Klik dan hier.
Nicolaus Krone vocht in de Nederlanden
De Franse Revolutie van 1789 bracht Frankrijk in een periode van politiek geharrewar en economische terugval. Er was dringend behoefde aan eenheid en er gingen stemmen op dat een oorlog die eenheid terug zou kunnen brengen. Die oorlog hing in de lucht. Pruisen en Oostenrijk hadden andere Europese landen tegen Frankrijk opgezet in verband met de bedreigde positie van de Franse koning. In 1792 verklaarde het revolutionaire Frankrijk de oorlog aan Oostenrijk en Pruisen. Kort na de oorlogsverklaring in april 1792, vielen de Fransen de Oostenrijkse Nederlanden binnen, maar die aanval mislukte. In juli werd Frankrijk aangevallen door Pruisen dat op steun kon rekenen van onder meer de dragonders van Prins Frederik. Nicolaus Krone verliet huis en haard in begin 1792 om er pas in de loop van 1795 weer terug te keren. Hij maakte de Eerste Coalitieoorlog van begin tot eind mee. De Eerste Coalitieoorlog kwam pas in volle gang in 1793, na de executie van Lodewijk XVI. Direct daarna sloten onder meer Groot-Brittannië, Spanje, Portugal en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich bij Oostenrijk en Pruisen aan. Frankrijk viel de Nederlanden binnen, maar moest zich weer terugtrekken. Op beide fronten wisselden successen en nederlagen elkaar af.
Waar precies Nicolaus al die tijd geweest is of gevochten heeft, kon lang niet altijd worden achterhaald. Hoewel de militaire kaarten uit die tijd zeer gedetailleerd waren, stonden de dragonders van de prins dikwijls onder de verzamelnaam ‘Hessen’ vermeld. Slechts af en toe werd expliciet het dragonderregiment van Prins Frederik genoemd.

De Pruisische en Hessische troepen verbleven begin augustus 1793 in Orchies en Baisieux in het uiterste noorden van Frankrijk, vlakbij de grens met de Oostenrijkse Nederlanden. De Hertog van York voerde het opperbevel. Op deze ‘Orde de Bataille’ staat het dragonderregiment van Prins Frederik vermeld.
Beweeg de muispijl voor een deelvergroting hier.
Deze is een kwart slag gedraaid. De vijf geel-blauw gekleurde vakjes stellen de vijf eskadrons voor van het dragonderregiment van Prins Frederik.
In de zomer van 1794 kregen de Fransen de overhand in Oostenrijkse Nederlanden onder bevel van Pichegru, Moreau en Jourdan. Ze zouden uiteindelijk vrij spel krijgen om de Noordelijke Nederlanden binnen te vallen. Het merendeel van de Pruisisch-Oostenrijkse troepen trok zich achter de grote rivieren terug. Vooral generaal Pichegru onderscheidde zich als een goed veldheer.

Deze kaart toont een reeks gevechtssituaties in de maanden juli en augustus van 1794. Geheel bovenin zijn de grote rivieren in de Noordelijke Nederlanden, links onderin bevindt zich Antwerpen. De Franse troepen worden aangegeven in groen, de Nederlandse onderdelen in rood en de Engelse in geel. Rechts onderin wordt, omzoomd door een groene lijn en op grotere schaal, de Bommelerwaard weergegeven, waarbij het noorden zich onderin bevindt.

In de herfst van 1794 is het Hessische corps tussen de grote rivieren neergestreken. Nicolaus en de zijnen liggen verspreid op strategische punten ten noorden van de Maas. Deze kaart staat naar onze huidige maatstaven op zijn kop, het zuiden is dus bovenin. De kaart toont de situatie tussen 17 september en 6 oktober 1794. Links boven is het vestingstadje Ravestein te zien.
Midden bovenin de kaart staat het ‘Plan’ waarin het dragonderregiment van de prins wordt genoemd,
Beweeg de muispijl voor een deelvergroting hier.
Links van het midden liggen Batenburg en Appeltern waar de dragonders medio september waren gelegerd. Zie het geel-blauwe vakje.
Beweeg de muispijl voor een deelvergroting hier.
Het krijgsverslag van begin oktober. “3te Position beij Dreumel vom 2ten bis 6ten October 1794. Den 2ten October rückte der Rest des Corps Infanterie, das Leib Dragoner Regmt: und 2 Escadr: Prz: Friedrich Dragoner, hier in das Lager, die beijde Cavallerie Rgmtr: Gendarmes und Carabiniers blieben beij Altforst stehen. Das Regmt: Loijal Émigrés rückte ganz nach Alfen, und das Regiment Rohan Infanterie nach Maas Bommel, und wurde Batenburg durch Englander besetzt. Die Cavallerie Commandos von Prinz Friedrich Dragoner wurden durch die Hussaren von Rohan abgelöst. ...”
Beweeg de muispijl voor een deelvergroting hier.

In de Bommelerwaard lagen eveneens Hessische troepen. Deze kaart geeft de situatie van 22 september tot 30 oktober 1794 weer. Ook deze kaart staat naar onze huidige maatstaven op zijn kop, het zuiden is dus bovenin. Onderin ligt Zaltbommel. Eskadrons van het dragonderregiment van de prins lagen bij Hedel en Rossum.
Rechts onderin de kaart is de locatielijst waarin enkele eskadrons van het dragonderregiment van de prins wordt genoemd.
Beweeg de muispijl voor een deelvergroting hier.
Bovenin rechts van het midden is de streek rond Hedel. Zie het geel-blauwe vakje bij c voor de prinselijke dragonders. Aan de zuidzijde van de Maas ligt Crevecoeur dat reeds toen in Franse handen was.
Beweeg de muispijl voor een deelvergroting hier.
Links van het midden is de streek rond Rossum en het fort Sint Andries waar Maas en Waal met elkaar in verbinding staan. Zie het geel-blauwe vakje bij f voor de prinselijke dragonders.
Beweeg de muispijl voor een deelvergroting hier.

Ondanks de naderende kou bleven er steeds troepenverplaatsingen plaatsvinden onder generaal von Hanstein die de Bommelerwaard onder zijn bevel had. Zo lag nog op 18 oktober 1794 een eskadron van ongeveer honderd ruiters van het prinselijke regiment dragonders bij Kerkdriel. Een maand later lagen er enkele van zijn troepen benoorden de Waal. Zo lagen Nicolaus Krone en de zijnen eind november bij Kapel Avezaath en Kerk Avezaath, oostelijk van het stadje Buren. Een maand later zouden ze worden verdreven.
Rechts van het midden is de locatie van het een van de eskadrons dragonders van de prins bij Kerkdriel. Zie het geel-blauwe vakje.
Beweeg de muispijl voor een deelvergroting hier.
Links bovenin is de locatie van het dragonderregiment van de prins bij Kapel Avezaath en Kerk Avezaath. Zie de geel-blauwe vakjes.
Beweeg de muispijl voor een deelvergroting hier.
Deze kaart is een kwart slag gedraaid ten opzichte van onze huidige maatstaven. Het noorden ligt hier links. Dit is een van de laatst bekende door de Pruisen gemaakte militaire kaarten van het gebied rond de Bommeler en Tieler Waard laat ons het verloop van de strijd zien dat zo triest eindigde voor de Engelse, Pruisische, Hessische en Staatse troepen. Het fraaie schoonschrift wordt minder naarmate de nederlaag onafwendbaar is. Zodra de doorbraak van de Fransen wordt vermeldt, is de glans eraf. Ook voor de Pruisische chroniqueur waren de druiven zuur...
Wat nu...?

Jean-Charles Pichegru (1761-1804)
Generaal Pichegru was in 1794 met zijn Armée du Nord op succesvolle wijze doorgestoten tot in de Noordelijke Nederlanden. Alle belangrijke plaatsen ten zuiden van de grote rivieren waren in handen van de Fransen. Maar eenmaal aangeland bij de Maas, stond de grote veldheer voor het probleem hoe zijn grote leger die rivier over moest.
Het verhaal gaat dat Pichgru, bekend als een uitstekend maar soms erg twijfelmoedig veldheer, moet hebben gedacht: “Wat nu?” en daarmee zou de basis zijn gelegd voor het volksgezegde ‘Wat nu, zei Pichegru’, ook bekend in de verbasterde versie ‘Wat nu, zei Pietje Cru’. Een hoog waarheidsgehalte heeft deze anekdote echter niet en we kunnen de uitdrukking dan ook maar beter als apocrief beschouwen.
Opmerkelijk is dat het gezegde meer bekend is bij het protestantse deel van de Nederlanders dan bij het katholieke. Misschien wilde men na de Franse tijd de katholieke Fransen belachelijk maken. Zo was er ook een uitdrukking over Bernadotte, een andere bevelhebber onder Napoleon. Deze werd dan achter de vraag van Pichegru geplakt en luidde: ‘Kan niet verrotte, zei Bernadotte.’
Maar de voor de Hollanders wat lachwekkend kinkende naam Pichegru won het pleit qua bekendheid. Zo doet er ook een langere versie van het gezegde de ronde: ‘Wat nu, zei Pichegru, en hij zat met zijn beentjes in de kippenjus.’
|
Generaal Pichegru was met zijn leger tot aan de grote rivieren opgerukt. Bijgestaan door de bekende Patriot en brigadegeneraal Daendels van het Bataafs Legioen had hij op 9 oktober 1794 ’s-Hertogenbosch ingenomen. Pichegru zag de situatie somber in. De verhalen over brede rivieren en inundaties in het kille Holland waren hem vanuit de krijgsgeschiedenis goed bekend. Zijn troepen waren afgemat, sommigen hadden totaal versleten uniformen en menige soldaat liep blootsvoets. Bruggen waren er niet en het was winter. Met boten de Maas oversteken was geen optie, want dan zouden zijn manschappen voor het Staatse leger, de Engelsen, de Pruisen en hun bondgenoten in de Bommelerwaard een veel te makkelijk doelwit zijn.

Uiteindelijk viel december 1794 in het voordeel uit van de Fransen. Het werd een van de koudste winters in de Nederlanden en in de loop van december vroren de rivieren dicht. De winter ging de geschiedenis in als de Franse Winter. Op 28 december van het jaar 1794 trokken de Fransen de Maas over en kort daarna de Waal. Veel tegenstand werd er niet ondervonden.
De eerste weken van januari 1795 werd er door de geallieerden meer gevlucht dan gevochten. Zo kwamen de Hessische dragonders in Zeist terecht, klaar om samen met de Engelsen de reeds geplande vluchtroute naar Duitsland te nemen. Toch werd er alsnog besloten tot een tegenaanval en marcheerden Nicolaus Krone en de zijnen weer zuidwaarts om op 8 januari bij Geldermalsen en Buren de Fransen nog één forse klap uit te delen, maar daarna stootten de Fransen definitief in de Betuwe door. Daarop besloot het Engelse opperbevel de Waallinie op te geven en oostwaarts weg te trekken, met medeneming van de Hannoveriaanse en Hessiche troepen.
Overigens verliep de opmars door de Fransen zonder al te veel bloedvergieten. De bevelhebbers van het Franse Noordleger en het Bataafs Legioen zagen zich meer als bevrijders dan als bezetters en als zodanig presenteerden ze zich ook. Krijgsgevangenen kregen dikwijls een correcte behandeling en bijvoorbeeld Zwitserse huursoldaten kregen de mogelijkheid aangeboden toe te treden tot het Franse leger zoals ene Laurenz Roth die echter zoveel pensioenjaren had opgebouwd dat hij zich liever liet uitkopen door zijn Zwitserse broodheren en in Nederland een gezin stichtte. Maar zo was het Nicolaus Krone beslist niet vergaan. In tegenstelling tot Laurenz Roth die tijdens de gevechten met de Fransen in Breda zijn vrouw had verloren, had Nicolaus Krone een vrouw en een zoontje in het Hessische Hofgeismar die op hem wachtten.
Op 19 januari viel Utrecht in Franse handen en een dag later Amsterdam. Intussen hadden de Engelsen en hun bondgenoten de wijk genomen in oostelijke richting. Op hun tocht naar Duitsland blijken veel soldaten in het gebied van de Utrechtse Heuvelrug en op de Veluwe op barbaarse wijze te hebben huisgehouden. Brandstichtingen, plunderingen en ernstige mishandelingen waren schering en inslag, mede door gebrek aan leiding. Vooral de Engelsen hielden op beschamende wijze huis volgens de kronieken. De Hessische troepen zouden zich veel gedisciplineerder hebben gedragen. Hoe dan ook, Nicolaus Krone kwam heelhuids thuis en zal zijn zoon Johann Franz zeker van zijn avonturen daar in het mooie Holland hebben verteld. Tien jaar later zou diezelfde zoon zich voor de rest van zijn leven als bakker in Amsterdam vestigen.
Wilt u terug naar de bewegende diapresentatie in Hoofdstuk 4? Klik dan hier.