In Europa
De oudste barometers
De eerste stappen in 1985
Bert Bolle’s boodschappenlijstje
Hoe de waterbarometer functioneerde
Het Guinness Book of Records Certificaat
Het Barometermuseum in Nederland
Contact

De waterbarometer in de hal van Het Barometermuseum in Maartensdijk (U) omstreeks 1990.
Bert en Ethne Bolle sloten het Barometermuseum, verkochten hun zaak en emigreerden in 1999 naar West-Australië waar ze hun droomplek vonden in de ongerepte natuur rond het dorp Denmark aan de Stille Zuidzee. Bert is schrijver en Ethne aquarelliste..

Ethne en Bert Bolle in 2005
Gedurende de laatste twaalf jaar voor hun emigratie beheerden ze het Barometermuseum in hun 18de-eeuwse buitenplaats Rustenhoven in Maartensdijk in de provincie Utrecht. Belangrijkste trekpleister in hun museum was de enorme waterbarometer in de centrale hal. Het twaalf meter hoge instrument werd door The International Guinness Book of Records erkend als de grootste barometer ter wereld.
Bert die het instrument zelf had ontworpen en gebouwd, wilde zijn geesteskind niet achterlaten en dus maakte de barometer de reis mee naar Down Under waar het opnieuw tot leven kwam in de Barometer Tower van het nieuwe Denmark Visitor Centre.
Het exacte jaar van de ontdekking van de barometer en de naam van de uitvinder zijn onderwerp van discussie. Dat komt doordat de barometer in zijn oervorm is ontworpen als proef om het bestaan van een vacuüm aan te tonen en niet om het gewicht te meten van de lucht. Met andere woorden, de barometer is niet uitgevonden met het doel om het weer te voorspellen, zoals dat het geval is bij radio en televisie die specifiek zijn uitgevonden voor de overdracht van geluid en beeld.
In de 17de eeuw begonnen wetenschappers te twijfelen aan de aloude leer dat een vacuüm ofwel een luchtledig niet zou bestaan. De oppermachtige kerk had die leer eeuwenlang als bindend opgelegd. Men vroeg men zich af waarom zoiets niet mogelijk zou zijn. Zoals wel meer gebeurt bij belangrijke vindingen hielp een voorval uit het dagelijks leven een handje. In de paleistuinen bij Florence waren tuinlieden omstreeks 1635 bezig met de aanleg van prachtige waterpartijen. Daartoe moest het water uit een diepe put omhoog gepompt worden. Men installeerde een zuigpomp maar kwam spoedig tot de ontdekking dat het opgezogen water in de lange pijp niet hoger kwam dan circa achttien Florentijnse el, hetgeen overeenkomt met ongeveer tien meter. Boven het water ontstond een luchtledige ruimte, maar dat wist men toen niet. Hoe hard men ook pompte, het water bleef in de put. De beroemde natuurkundige Galileo Galilei die in die tijd leefde en zich menige tegenstander op de hals gehaald had door zijn ‘moderne’ ideeën, werd om raad gevraagd.
Galilei zat echter nog teveel vast aan de oude leer van Aristoteles om de luchtledige ruimte natuurkundig te kunnen verklaren. Het zware stempel van het dogmatisme maakte in die jaren zelfs de grootste genieën blind. Dat de waterkolom in de pijp van de pomp omhoog gedrukt werd door het gewicht van de omringende lucht dat op het wateroppervlak onderin de put drukte, kwam niet bij hem op. Hij wist al wel te stellen dat lucht gewicht moest hebben, maar verder verband legde hij niet. Toch kende Galilei andere onderzoekers in zijn probleem en kort daarop in 1639 werden er door Gaspar Berti in Rome professionele proeven gedaan om met een elf meter hoge installatie, gevuld met water, om een luchtledige ruimte te creëren. Galilei die van het geval met de waterpomp in Florence notities had gemaakt, stierf in 1642. Zijn opvolger als hofnatuurkundige bij de Hertog van Toscane was Evangelista Torricelli die de notities van zijn voorganger en leermeester vond en er zich verder mee ging bezighouden. Hij blijkt ook eerst met water te hebben geëxperimenteerd, maar nu niet alleen met het doel een luchtledig te maken, maar vooral om aan te tonen dat de luchtdruk verantwoordelijk is voor het omhoog blijven staan van de waterkolom. Torricelli vond die lengte van elf meter voor zijn proeven met water erg onhandig en zocht naar een minder omslachtige methode.
Het is niet zeker of het Galilei zelf geweest is die het gebruik van kwik suggereerde of een van zijn leerlingen Torricelli of Viviani. Vast staat dat het Torricelli was die als eerste geprobeerd heeft “een instrument te maken dat de verandering kan laten zien van de lucht, nu eens zwaarder en dikker, dan weer lichter en fijner”. Dit schrijft hij aan een vriend in de zomer van 1644, compleet met een uitgebreide beschrijving van de bekende proef van de glazen buis in een bak met kwik. Torricelli was de eerste die de werking van de barometer doorzag en wist te verwoorden en wordt dan ook beschouwd als de uitvinder van de barometer.
Terug naar de waterbarometer die in navolging van de bevindingen van Berti en Torricelli door enkele andere Europese wetenschappers werden gebouwd. Blaise Pascal stelde een waterbarometer op voor een huis in Rouen in Frankrijk in 1646 en Otto von Guericke, de burgemeester van Maagdenburg in Duitsland installeerde een waterbarometer voor de buitenmuur van zijn raadhuis omstreeks 1654. Niet lang daarna experimenteerden de Engelse wetenschappers Robert Boyle en Robert Hooke met soortgelijke waterinstrumenten. Omstreeks 1670 was de waterbarometer geheel overvleugeld door de veel makkelijker te hanteren kwikbarometer. In de daarop volgende eeuwen zijn er nog enkele waterbarometers gemaakt, maar dat waren uitzonderingen. Rond 1880 was er ergens in Londen een exemplaar, maar daarna scheen het reuzeninstrument te zijn uitgestorven, totdat Bert Bolle in 1985 besloot er een te ontwerpen en te vervaardigen voor het Barometermuseum dat hij met zijn vrouw Ethne wilde oprichten.

Links: Berti’s vacuümproef in Rome van 1639.
Rechts: Pascals barometerproef in Rouen van 1646.
Rechts: von Guericke’s waterbarometer in Maagdenburg van omstreeks 1654..
In 1978 had Bert Bolle een boek geschreven getiteld Barometers dat in Duitse en Engelse vertaling uitkwam in 1980. Drie jaar later verscheen Barometers in Beeld van zijn hand, een wetenschappelijk vervolg op zijn eerste boek en ontwikkelde hij aanpassingen voor bestaande kwiksystemen waarvoor hij octrooi aanvroeg. In 1984 kwam Berts vrouw Ethne met het idee om iets als een museum op te zetten in hun 18de-eeuwse buitenplaats. Bert hield de suggestie in gedachten en het jaar daarop achtte hij de tijd rijp om het idee door te zetten. Zij plan was om een collectie samen te stellen die grotendeels zou bestaan uit bruiklenen van particuliere barometerbezitters en Nederlandse musea. Om deze bruiklenen te verwerven moest er een brede perscampagne op touw worden gezet. Wetende dat de pers niet erg geïnteresseerd zou zijn in alleen maar luchtkastelen, besloot Bert met iets spectaculairs te komen, iets monumentaals dat een definitieve plaats zou moeten innemen als middelpunt van het op te richten museum. Zo kwam hij op het idee zijn eigen waterbarometer maken. Het hoofdgebouw van de oude buitenplaats was met zijn drie verdiepingen hoog genoeg. Midden boven de grote hal was een glas in lood lichtkoepel en van het glazen dak erboven tot de vloer van de hal was ruim twaalf meter. Een ideale plek om zo’n enorm instrument op te stellen.
Hoewel er geen boeken beschikbaar waren over hoe je zelf een waterbarometer moest maken, wist Bert vanwege zijn onderzoek tot in detail hoe deze instrumenten in de 17de eeuw waren vervaardigd. Hij had tevens het geluk gebruik te kunnen maken van de 20ste-eeuwse technologie, zodat hij zich niet hoefde te behelpen met loden pijpsegmenten en kwetsbaar zacht glas. Schott Ruhrglas fabriceerde prachtige sterke pyrex-glazen pijpen in alle maten en kon tevens het grote reservoir leveren. Verder hoefde de barometer niet van boven te worden gevuld zoals vroeger, maar kon een elektrische pomp worden gebruikt om een vacuüm te maken. Speciale relaisschakelaars zouden ervoor gaan zorgen dat het water in de pijp volgens een vast patroon op en neer kon gaan. Verder waren er digitale barometers van zeer hoge nauwkeurigheid op de markt om de aflezing van de waterbarometer mee te kunnen vergelijken. Al deze moderne gemakken waren binnen handbereik en deden Bert besluiten het plan door te zetten.
Na een lange periode van voorbereidend onderzoek kon Bert beginnen de barometer op de tekentafel gestalte te doen geven. Eerst maakte hij schetsen met de hand en voor het definitieve werk gebruikte hij zijn Apple Macintosh computer. Het is verbazingwekkend hoe verfijnd en veelzijdig de grafische Mac-programma’s in 1985 al waren.

Schetsen, ideeën, tekeningen, plannen...
Intussen was de Stichting Barometermuseum opgericht en was er een Comité van Aanbeveling in het leven geroepen, bestaande uit conservatoren van musea uit binnen- en buitenland, barometerwetenschappers en niemand minder dan voormalig minister-president Piet de Jong. Het was tijd om een ‘boodschappenlijstje’ voor de waterbarometer te gaan opstellen.
Bert Bolle koos pyrex-pijp van 90 mm diameter, opgebouwd in vier secties. Deze pijpen moesten worden gemonteerd tegen een enorme eiken plank van negen meter hoogte. Voor de bovenste drie meter zou een plexiglazen plaat als achtergrond dienen. Een glazen reservoir van 60 cm diameter zou 150 liter water moeten bevatten, voldoende om de barometer te laten werken. Grootste probleem was het vinden van de eiken plank. Gelukkig deed Bert al jaren zaken met een houthandelaar en die man had zojuist een scheepsbouwer een stel extreem lange eiken delen geleverd. De houthandelaar kreeg het voor elkaar om twee planken terug te kopen en bood aan het hout te verwerken volgens het ontwerp van Bert. Schott Ruhrglas in Duitsland kwam met zeer gunstige offertes voor het glaswerk. Berts boodschappenlijst zag er als volgt uit:
Een Frans eiken plank, negen meter lang, 40 cm breed, 40 mm dik en een meter breed aan de basis.
Een stalen beschermkap voor de plank.
Een pyrex-glazen reservoir van 60 cm diameter, gefabriceerd door Schott, Duitsland.
Een pyrex-glazen afdekplaat voor het reservoir, in twee delen.
Een rubber afsluiting voor de afdekplaat.
Een analoge en een digitale thermometer voor het reservoir.
Een aluminium console voor het reservoir. Een cirkelvormige kraag met eiken afdekplaat voor de reservoirconsole.
Vier pyrex-glazen pijpen van 90 mm diameter, drie van drie meter, een van 2,75 meter lengte.
Een pyrex-glazen kap met vacuümkraan voor de bovenkant van de pijp.
Vier sets aluminium flensringen met rubber pakkingen voor de glazen pijpen.
Een stalen console voor de montage van het pijpsysteem.
Diverse roestvrijstalen onderdelen, zoals bouten, moeren, ringen e.d.
Een transparante plexiglas plaat, drie meter lang, 40 cm breed en 25 mm dik.
Een opaline plexiglazen schaalplaat, 6 mm dik, maten als bovenstaand.
Twee Plexiglazen verbindingsstukken, 25 mm dik.
Een industriële enkeltraps laagvacuüm-centrifugaalpomp, gefabriceerd door Leybold Heraeus, Duitsland.
Een Secuvac veiligheidsklep, gefabriceerd door Leybold Heraeus, Duitsland.
Een waterdetector-veiligheidsschakelaar.
Een multifunctioneel meerkanaals timerrelais met capaciteit voor 300 algoritmen.
Een relaiskast voor de aansturing van de pomp.
Een camera met monitor.
Diverse kabels.
Bert kon veel geld besparen door het meeste werk zelf te doen en er waren vrienden in de buurt voor een helpende hand. De relaiskast voor de aansturing ontwierp en maakte hij zelf. Er waren meer dan 600 arbeidsuren mee gemoeid om de barometer geïnstalleerd en werkend te krijgen. Gelukkig deden de bedrijven die de materialen leverden hun best om de Stichting Barometermuseum te helpen met kortingen en schenkingen, maar desalniettemin beliepen de kosten over de 10.000 gulden. Als de barometer weer helemaal opnieuw opgebouwd zou moeten worden, zou dat aanzienlijk meer zijn. Alleen de aansturingsapparatuur al zou nu, in 2008, maar liefst 20.000 Euro kosten, nog afgezien van het feit dat de pyrex-glazen pijpen en het reservoir binnen afzienbare tijd niet meer worden gefabriceerd.
Medio 1985 waren alle materialen binnen en kon er met de opbouw worden begonnen. In november van datzelfde jaar was de barometer gereed en mocht hij voor het eerst proefdraaien.

Werken op een steiger, tien meter boven de begane grond.
Hoe de barometer functioneerde
De waterbarometer werd aangestuurd door een speciale timer en een vacuümpomp die met een slang aan de bovenkant van de 11,5 meter lange glazen barometerbuis was bevestigd. Elke tien minuten zoog de vacuümpomp alle lucht uit de pijp, waardoor in totaal 55 liter water ongeveer tien meter omhoog klom. Helemaal bovenin het gebouw konden de bezoekers het waterniveau aflezen. Na vijf minuten werd de pijp belucht, zodat het water daalde en weer helemaal terug liep in het reservoir. Dan waren de tien minuten om en begon de cyclus opnieuw. De hele dag door konden de bezoekers op deze manier een ‘levende’ barometer aanschouwen.

De barometer passeerde een eikenhouten vide alvorens te verdwijnen in de glas in lood koepel.
Bezoekers die de barometer wilden aflezen, moesten eerst een klim maken van tien meter. Ze belandden dan op een ruim podium op zolder die uitzicht gaf op de lichtkoepel met daarin de schaalplaat. De temperatuur van het water, nodig om een zo nauwkeurig mogelijke aflezing te maken, werd weergegeven door een digitale thermometer.

De plaats waar de eiken plank overging in Plexiglas.
De witte Plexiglazen schaalplaat had twee schaalverdelingen: een in centimeters water en een in millibar of HectoPascal. Er werd uitleg gegeven hoe de barometer diende te worden afgelezen. In de vacuümruimte zat namelijk altijd waterdamp en die zorgde voor een forse miswijzing. Deze miswijzing was afhankelijk van de watertemperatuur, vandaar de noodzaak van een thermometer.

Het podium bij de glas in loodkoepel.
Iedere tien minuten konden de bezoekers een bijzonder verschijnsel waarnemen. Op het moment dat het water zijn maximale hoogte bereikte, was de verdamping dermate heftig dat het water spontaan ging koken, hoewel de watertemperatuur slechts een graad of twintig was! Het effect van dit ‘koud koken’ werd nog versterkt door luchtbellen die in de waterkolom ontstonden. Zodra de pomp stopte met zuigen, kwam het water binnen enkele tellen tot rust, zodat de bezoekers een nauwkeurige aflezing konden doen.
Het Guinness Book of Records Certificaat
Toen de waterbarometer eenmaal af was, kon Bert zijn persbericht naar de media wegsturen met de museumplannen en met het verzoek om barometers in bruikleen te krijgen. De pers reageerde spontaan en enthousiast en binnen slechts enkele maanden waren er genoeg barometers toegezegd om alle vitrines te kunnen vullen. Bert claimde bij het International Guinness Book of Records dat hij de grootste barometer ter wereld had gemaakt en kort daarna werd hem het felbegeerde certificaat uitgereikt. Opnieuw groot nieuws, dus wederom veel publiciteit.

Het certificaat vond een trotse plek twee meter boven het reservoir.
In mei 1987 opende het Barometermuseum zijn deuren. Minister voor Verkeer en Waterstaat Neelie Smit-Kroes was uitgenodigd als hoogste baas van het KNMI om het Barometermuseum te openen. Ze goot een symbolische laatste emmer water in het reservoir, samen met Bert en Ethne’s dochter Puck. Bijna 200 gasten waren getuige van het feestelijke gebeuren.
Links: Minister Neelie Smit en Puck Bolle openen het Barometermuseum in mei 1987.
Rechts: Voormalig minister-president Piet de Jong met Bert Bolle en minister Neelie Smit.
De opening werd in prime time uitgezonden over twee tv-netten: het 8 uur Journaal en een bekend toeristisch programma. Meer dan twintig keer zou de waterbarometer op de Nederlandse televisie verschijnen in de twaalf jaren van het bestaan van het museum.

Links: de crew van het 8 uur Journaal vlak voor de officiële opening.
Midden: Japanse televisieopnamen van de uitreiking van het Guinness Book of Records Certificaat door de Nederlandse vertegenwoordiger.
Rechts: Amerikaanse televisie interviewt Bert Bolle.
Doordat het Barometermuseum slechts op korte afstand stond van Hilversum, was het een geliefde plek voor radio- en tv-opnamen voor onderwerpen die over het weer gingen. Zo belandden alle bekende Nederlandse weermannen wel eens een keer in het museum en sommigen kwamen graag terug. Bert was natuurlijk dolblij met al die extra publiciteit, want dat zorgde immers voor meer bezoekers. Hij zei nooit nee tegen een opname al kostte het hem uren en leverde al die tijd en energie soms maar een paar minuten uitzending op. Alles kon, zolang het maar publiciteit opleverde. Hetzelfde gold de aandacht voor de schrijvende pers. Toen het museum sloot, hadden Bert en Ethne maar liefst 90 vierkante meter kranten- en tijdschriftartikelen in hun presentatiemappen!

Links: Weerman Peter Timofeeff in de proevenkamer van het museum.
Midden: Bert giet water over een presentatrice als ‘running gag’ voor een tv-programma over het weer.
Rechts: Ons aller Erwin Kroll legt de Nederlandse televisiekijkers uit hoe de waterbarometer werkt.
In het museum waren honderden barometers, thermometers, hygrometers en weerhuisjes te zien. De meeste barometers stamden uit de 18de en de 19de eeuw, werkten met kwik en waren afkomstig uit Nederland, Engeland en Frankrijk. Er werd een bescheiden entree gevraagd en er was een museumwinkel. Belangrijkste attractie was natuurlijk de waterbarometer. Voor kinderen was het snelle omhoog en omlaag gaande water een ware uitdaging. Ze renden met het water mee de trappen op en neer. Sommige bezoekers kwamen speciaal om het 18de-eeuwse Rustenhoven te bewonderen. Die hadden het oude gebouw zo dikwijls gezien tijdens hun tochtjes door de omgeving en nu hadden ze eindelijk de kans het te bezichtigen.
Al het tentoongestelde was stuk voor stuk voorzien van een uitgebreide tekst en er waren gidsen in meerdere talen. Er waren aardige extra’s, zoals een Apple Macintosh computer die rechtstreeks was verbonden met Meteo Consult in Wageningen en die de buienradar liet zien. Tegenwoordig heel gewoon, maar in de jaren tachtig iets bijzonders! Bert had van de Finse fabrikant Vaisala een kostbare maar zeer nauwkeurige digitale barometer gekocht. Het instrument had twee displays, een in het museum en een in de kalibratiekamer van de werkplaats waar antieke barometers werden gerestaureerd en Berts nieuwe plexiglazen exemplaren werden vervaardigd en afgeregeld. De familie Bolle had een atelier dat werk bood aan maar liefst veertien vaklieden zoals glasblazers, fijninstrumentmakers en meubelmakers.
Regelmatig organiseerden Bert en Ethne een tentoonstelling met een thema, bijvoorbeeld over Paulus Wast, de beroemdste barometermaker in de Nederlanden. Tijdens zijn 25-jarig jubileum verkocht Bert zijn duurste barometer, toentertijd tevens de duurste barometer ter wereld, gemaakt door dezelfde Paulus Wast. Het gebouw was met zijn 28 kamers groot genoeg om de zakelijke activiteiten van de familie Bolle en het museum van elkaar gescheiden te kunnen houden. De tentoonstelling die de meeste belangstelling trok was die over weerhuisjes. Honderden en honderden nieuwe, oude en antieke exemplaren maakten van het museum een vrolijk geheel. De museumwinkel had maar liefst 50 verschillende modellen in voorraad, sommige speciaal in het Zwarte Woud voor het museum aangemaakt. Zelfs een kind met een klein budget kreeg op die manier de kans om met een leuke vondst naar huis te gaan. Meer dan 2.000 mensen bezochten deze tentoonstelling.

De tentoonstelling van antieke weerhuisjes in 1993 trok veel bezoekers.
Als de grote parkeerplaats vol was, werd zelfs het gazon geannexeerd...
In 1997 kwam het Ministerie van VROM met een voorstel om het gebruik van kwik in nieuwe barometers te verbieden. De nieuwe regeling, bedoeld als verzwaring van een reeds bestaande wet, moest in 1999 ingaan. Vanaf dan zouden er geen nieuwe kwikbarometers meer mogen worden vervaardigd en verkocht. Een serieuze bedreiging voor Bert en zijn vaklieden die ongeveer tien procent van de in Nederland gebruikte hoeveelheid kwik voor hun rekening namen. Als VROM zijn zin zou krijgen, zouden het museum en de barometerzaak van de familie Bolle moeten sluiten. Van enige compensatie van regeringswege was geen sprake. Het spreekt voor zich dat Bert en zijn glasblazers onmiddellijk bezwaar aantekenden bij VROM. Bert vocht als een bezetene. Hij zocht de publiciteit waar hij maar kon en benaderde politieke partijen en parlementsleden, maar hoewel een ruime kamermeerderheid bereid was te helpen, dreigde de kwestie vast te lopen op star ambtelijk denken en als een bijna voorgekookt hamerstuk door de ministerraad te glippen. Eenmaal goedgekeurd, zou de Tweede Kamer er praktisch gezien nauwelijks meer grip op hebben. Voor Bert en Ethne vormde deze oneerlijke en uitzichtsloze touwtrekkerij de laatste druppel die hen deed besluiten Nederland voorgoed de rug toe te keren. Het idee dat Vadertje Staat zijn burgers altijd beschermt, was voor hen compleet kapotgetrapt. Ze namen een emigratiebureau in de arm en vroegen begin 1998 een permanent visum voor Australië aan.
In april 1998, toen de kansen om het Nederlandse kwikverbod af te wenden bijna verkeken waren, kregen Bert en Ethne plotseling een belangrijke gast. Koningin Beatrix kwam op bezoek. Precies in de week dat het kabinet het definitieve besluit moest nemen, kwam ze een kwikbarometer kopen. Uiteraard werd de Koningin toen onder een kop koffie op de hoogte gesteld van het dreigende kwikverbod. Uitgerekend zijzelf immers zou binnen enkele maanden haar handtekening gaan zetten onder een maatregel die haaks stond op haar voornemen een kwikbarometer te kopen. Eindelijk was er een luisterend oor voor deze bizarre kwestie en was er een kans dat logisch denken het zou kunnen winnen van starre ambtenarij. En zowaar, dat gebeurde! Na enkele weken was de dreigende anti-kwikmaatregel van de baan. VROM moest tot 2006 in de wacht tot er besluitvorming zou komen op Europees niveau. Dankzij tussenkomst van de Koningin haalde het VROM dus op het nippertje bakzeil, al stelde de familie Bolle zich om begrijpelijke redenen naar de media toe terughoudend op, zodat veel mensen hebben gedacht dat Bert en Ethne moésten sluiten. Dat was dus niet zo, maar inmiddels was het permanente visum al door Australië toegekend en de verkoop van de buitenplaats in gang gezet. Hun besluit om Nederland te verlaten stond vast.
Het Barometermuseum sloot zijn deuren in oktober 1998. In de twaalf jaren van zijn bestaan hadden meer dan 150.000 mensen het bezocht, hetgeen veel is voor een klein particulier museum dat nooit subsidies wilde aanvaarden. De laatste pagina’s in het gastenboek liepen over van de hartverwarmende commentaren van de bezoekers over het verlies van dat kleine museum waar ze zoveel van hadden gehouden, dat mooie oude huis met zoveel geschiedenis waar heel wat koninklijke voetstappen lagen, waar altijd de prachtigste bloemwerken te zien waren die Ethne elke week verzorgde. Een enthousiaste bezoeker maakte tijdens de laatste dagen foto’s en zette die op zijn website www.nicospilt.com/barometermuseum.htm

Links: Koningin Beatrix geflankeerd door Bert, Ethne en dochter Puck.
Rechts: Ethne maakte dit bloemstuk ter gelegenheid van het koninklijk bezoek.
Twaalf jaar Barometermuseum brachten Bert en Ethne veel genoegen. Het was een heerlijke tijd, tot de laatste dag aan toe, met als bekroning de Koningin als hun laatste belangrijke klant.
![]()
![]()
< Welkom - In Australië >